Recalora verkoopt geen GLP-1-medicatie en heeft geen commerciële binding met farmaceutische fabrikanten. Deze content is voorlichtend en vervangt geen consult met je huisarts, internist of endocrinoloog.Recalora verkoopt geen GLP-1-medicatie en heeft geen commerciële binding met farmaceutische fabrikanten. Deze content is voorlichtend en vervangt geen consult met je huisarts, internist of endocrinoloog. Hoe wij werken

Afslankmedicatie

Hoe lees je onderzoek naar afslankmedicatie? Zes vragen bij elk getal

Snel antwoord

Onderzoek naar afslankmedicatie lees je het best door bij elk getal na te gaan of het over mensen zoals jij gaat. Een gemiddelde van 20,9% in een trial betekent niet dat jij 20,9% verliest: in diezelfde groep haalde 57% een daling van 20% of meer en haalde 9% de 5% niet. Twee cijfers uit twee losse onderzoeken naast elkaar vormen bovendien geen vergelijking. En "vaak" in een bijsluiter is een gemeten klasse en geen woordkeuze: minstens 1 op de 100. De arts die je recept beheert kan met je nalopen of jij binnen de criteria van een trial valt.

Dit artikel legt uit hoe je wetenschappelijk onderzoek naar gewichtsregulerende medicatie leest. Het bespreekt geen middelen, geen doseringen en geeft geen advies over behandeling. Alle genoemde middelen zijn in Nederland uitsluitend op recept verkrijgbaar. Recalora verkoopt geen afslankmedicatie en heeft geen commerciële binding met farmaceutische fabrikanten. Deze content is voorlichtend en vervangt geen consult met je huisarts, internist of endocrinoloog.

Wat hier niet gebeurt is zeggen welk middel je zou moeten gebruiken. Zodra je een middel aanwijst, geef je een advies dat alleen een voorschrijver kan geven, met kennis van jouw situatie en jouw voorgeschiedenis. Wat overblijft is meer dan genoeg: de getallen wegen die anderen je voorleggen. Dat is een vaardigheid en die is te leren.

Snelle samenvatting

  • Een gemiddelde beschrijft een groep. In de arm met de hoogste dosis van SURMOUNT-1 haalde 57% een daling van 20% of meer, terwijl 9% de 5% niet haalde.
  • Twee getallen uit twee losse trials vormen geen vergelijking, want deelnemers, duur en uitval verschillen.
  • “Vaak” in een bijsluiter is een gemeten klasse: minstens 1 op de 100, minder dan 1 op de 10.
  • Blindering weegt anders voor een weegschaal dan voor een gemelde klacht.
  • De publicatievorm staat in PubMed, en die zegt iets anders dan de opzet van de trial.

Waar komt het getal vandaan dat je hebt gezien?

Een getal over afslankmedicatie vind je terug op twee plekken: in de publicatie van een gerandomiseerde trial en in de officiële productinformatie van het middel. In een kop, op de pagina van een kliniek of in een doorgestuurd appje staat die herkomst er meestal niet bij, terwijl ze meer uitmaakt dan het lijkt.

De eerste plek is de trial in een medisch tijdschrift. Daar komen de percentages vandaan die je in krantenkoppen ziet. Zo’n publicatie beschrijft een geselecteerde groep, een vastgelegde duur en een vooraf gekozen uitkomstmaat, dus de grootheid die de onderzoekers hadden afgesproken te meten. Alles wat daarbuiten valt is hooguit bijvangst.

De tweede plek is de productinformatie die het Europees Geneesmiddelenbureau per goedgekeurd middel publiceert. Die tekst ligt juridisch vast en wordt bijgewerkt zodra er nieuwe signalen binnenkomen. Rubriek 4.8 gaat over bijwerkingen, in gestandaardiseerde frequentiecategorieën die grotendeels zijn gebaseerd op de klinische studies van het middel. Rubriek 5.1 vat de werkzaamheid in de registratietrials samen, met per groep de gemiddelde gewichtsverandering en het aandeel dat een bepaalde drempel haalde.

Beide plekken putten dus grotendeels uit dezelfde trials, al staan er voor dezelfde trial niet altijd precies dezelfde getallen. Het onderscheid dat telt zit in het soort getal: een percentage gewichtsverlies zegt niets over je kans op misselijkheid, terwijl een frequentiecategorie niets zegt over effect. Lees je alleen het eerste, dan onderschat je wat het middel van je vraagt. Lees je alleen het tweede, dan mis je waar het onderzoek naar keek. De zes vragen hierna houden die twee uit elkaar.

Haal jij dat gemiddelde ook?

Het gemiddelde zegt niet of jij het haalt. Daarvoor kijk je naar de drempelpercentages, die meestal twee zinnen onder het cijfer uit de kop staan.

Spreiding van gewichtsverlies binnen één onderzoeksgroep naast het gemiddelde, uit STEP-1 over 68 weken. Van de deelnemers haalde 86,4 procent een daling van 5 procent of meer, 69,1 procent een daling van 10 procent of meer en 50,5 procent een daling van 15 procent of meer. In diezelfde groep was de gemiddelde gewichtsdaling 14,9 procent. Een gemiddelde ligt in het midden en klinkt daardoor als een norm; de drempelpercentages laten zien hoe breed de uitkomsten uiteenliepen bij mensen die aan dezelfde criteria voldeden.
Spreiding en gemiddelde binnen dezelfde onderzoeksgroep
Recalora

In SURMOUNT-1 was de gemiddelde gewichtsdaling na 72 weken 20,9% in de arm met de hoogste dosis. In diezelfde arm haalde 91% een daling van 5% of meer, dus 9% haalde die niet. Van dezelfde deelnemers haalde 57% een daling van 20% of meer (Jastreboff et al., 2022). Binnen één arm, op één middel en in één dosering staan dus twee groepen naast elkaar die een volstrekt verschillend jaar hebben gehad. Gemiddelden verbergen nu juist wat je wilt zien.

Let op de formulering, want daar hangt alles aan. Het abstract zegt “20% of meer” en niet “meer dan 20%”. Bij de drempel van 5% geldt precies hetzelfde. Een pagina die je leert nauwkeurig te lezen, verliest haar recht van spreken bij de eerste eigen slordigheid.

STEP-1 laat hetzelfde patroon zien: gemiddeld 14,9% daling na 68 weken. In diezelfde groep haalde 86,4% een daling van 5% of meer, 69,1% een daling van 10% of meer en 50,5% een daling van 15% of meer (Wilding et al., 2021). Dat zijn vier getallen uit één abstract.

Die responderanalyse is niet moeilijk te vinden, maar in een kop past één percentage en geen vier met drempelwaarden erbij. Een gemiddelde ligt in het midden en klinkt daardoor als een norm. De twee groepen binnen die ene SURMOUNT-1-arm zijn geen ruis rond dat midden maar twee uitkomsten die allebei echt gebeurd zijn bij mensen die aan dezelfde criteria voldeden. De trial zegt niet wat dat verschil verklaart.

Kilo’s en procenten zijn niet uitwisselbaar. In de SCALE-trial verloren deelnemers gemiddeld 8,4 kg over 56 weken, bij een gemiddeld startgewicht van 106,2 kg (Pi-Sunyer et al., 2015). Dat is ongeveer acht procent, terwijl “8,4 kilo” heel anders klinkt. Zonder startgewicht is een kilogetal niet op jezelf te betrekken. Een pagina met alleen kilogetallen, zonder de percentages en de responderverdeling uit hetzelfde abstract, is daarmee nog niet onwaar. Wel is ze onvolledig op de plek waar jij een beslissing neemt.

Een tweede valkuil is subtieler. Responderpercentages horen uit dezelfde arm en van hetzelfde meetmoment te komen als het gemiddelde waar je ze naast zet, want een drempel uit week 68 naast een gemiddelde uit week 40 leest als één bevinding.

Goed om te weten

De drempelpercentages zijn het bruikbaarste deel van een obesitastrial. Ze vertellen je niet wat jij gaat halen, wel hoe breed de uitkomsten uiteenliepen bij mensen die aan dezelfde criteria voldeden.

Wat je er dan wel uit haalt zijn drie dingen. Om te beginnen de orde van grootte: in de trials hierboven lag de gemiddelde daling tussen ongeveer acht en ruim twintig procent. Daarna kijk je naar het aandeel dat een voor jou betekenisvolle drempel haalde, want 5%, 10% en 20% zijn de grenzen waarop trials rapporteren. Als derde zoek je het aandeel dat de laagste drempel niet haalde: dat getal is net zo hard gemeten als het gemiddelde.

Zelf te controleren: zoek in het abstract naar “5% or more” of “10% or more”. Bijna elke obesitastrial rapporteert die drempels.

Deden er mensen zoals jij mee?

Aan de insluitcriteria zie je of er mensen zoals jij meededen. Die bepalen voor wie het cijfer geldt, want elk onderzoeksresultaat geldt in de eerste plaats voor de mensen die eraan meededen. Van de zes vragen is dit de belangrijkste. Verplaats je een resultaat naar een andere groep, dan neem je de onzekerheid mee. Die verhuizing is onzichtbaar, want onderweg verandert er geen enkel getal.

Neem SELECT. Daarin werden 17.604 deelnemers ingesloten van 45 jaar of ouder, met een BMI van 27 of hoger, zonder diabetes maar mét een bestaande hart- of vaatziekte. De uitkomst was een hazard ratio van 0,80 voor het samengestelde eindpunt van cardiovasculair overlijden, niet-fataal hartinfarct of niet-fatale beroerte (Lincoff et al., 2023). Een hazard ratio vergelijkt de kans op zo’n gebeurtenis tussen twee groepen over de tijd. Laat één voorwaarde weg, bijvoorbeeld die bestaande hart- of vaatziekte, en je hebt het resultaat verhuisd naar een groep waarin het nooit is onderzocht.

SURPASS-2 laat dezelfde beweging zien vanaf de andere kant. Daaraan deden 1.879 mensen mee met type-2-diabetes (Frías et al., 2021). Een uitkomst daaruit gaat over mensen met diabetes. Over iemand zonder diabetes zegt hij hoogstens iets suggestiefs.

Let in beide gevallen op de richting van de fout. Niemand verzint een getal. Er valt een voorwaarde weg, steevast de voorwaarde die de lezer uitsluit.

Zelf te controleren: de deelnemerscriteria staan altijd in de methodesectie van het abstract. Zoek naar leeftijd, BMI en of diabetes werd in- of uitgesloten.

Wist iedereen wie welk middel kreeg?

Dat verschilt per onderzoek. Bij een dubbelblind onderzoek weet noch de deelnemer noch de onderzoeker wie het middel krijgt en wie de placebo. Bij een open-label onderzoek weet iedereen het. Dat klinkt als een zwakte, maar dat hangt af van de uitkomst. Voor gewicht op een weegschaal is geen vertekening aangetoond als iedereen het wist, voor een klacht die iemand zelf meldt wel.

Schematisch verschil tussen dubbelblind en open-label onderzoek. Bij een dubbelblind onderzoek weet noch de deelnemer noch de onderzoeker wie het middel krijgt en wie de placebo; bij een open-label onderzoek weet iedereen het. Beide vormen komen in hetzelfde onderzoeksveld voor: SURMOUNT-1 en STEP-1 waren dubbelblind, SURMOUNT-5 en SURPASS-2 open-label. Het risico van open-label zit niet in de weegschaal maar in wat mensen doen als ze weten wat ze krijgen: motivatie, leefstijl, en vooral de kans dat iemand voortijdig stopt. Je controleert het zelf door in het abstract te zoeken naar double-blind of open-label; het staat er letterlijk, meestal in de eerste zin van de methodesectie. Open-label is geen synoniem voor zwak bewijs, want bij een weegschaal is de vertekening niet aangetoond en bij een zelf gerapporteerde klacht wel. Er staan hier geen trialcijfers, want de vraag gaat over de opzet en niet over de uitkomst.
Wie weet wat, in dubbelblind en open-label onderzoek
Recalora

Dubbelblind en open-label komen allebei voor in hetzelfde onderzoeksveld: SURMOUNT-1 en STEP-1 waren dubbelblind (Jastreboff et al., 2022; Wilding et al., 2021), terwijl SURMOUNT-5 en SURPASS-2 open-label waren (Aronne et al., 2025; Frías et al., 2021).

Er is empirisch onderzocht of het uitmaakt dat mensen het weten. In een analyse van 234 meta-analyses met 1.973 trials hing het ontbreken van dubbelblindering samen met gemiddeld 13% overschatting van het behandeleffect (Savović et al., 2012). De ratio van odds ratio’s was 0,87, met een 95% geloofwaardigheidsinterval van 0,79 tot 0,96. Dezelfde analyse vond ook overschatting bij onduidelijke toewijzingsverberging, ratio 0,93 (0,87 tot 0,99). Tot zover klopt het gevoel dat open-label een zwakte is.

De auteurs schrijven er letterlijk bij dat die vertekening vrijwel volledig werd gedreven door onderzoeken met subjectief beoordeelde uitkomsten. Een tweede analyse, van 146 meta-analyses met 1.346 trials, splitste dat expliciet uit. Bij subjectieve uitkomsten was er vertekening, ratio 0,75 (0,61 tot 0,93), terwijl er bij objectief gemeten uitkomsten niets van te zien was, ratio 1,01 (0,92 tot 1,10) (Wood et al., 2008).

Wie weet dat hij het echte middel krijgt, weegt zijn eigen klachten anders: een goede week schrijft hij eerder aan het middel toe en een misselijke ochtend eerder aan wat hij gegeten heeft. Dezelfde verwachting kleurt de onderzoeker die de klacht noteert en er een cijfer aan hangt. Een weegschaal heeft die verwachting niet, want het getal dat erop verschijnt hangt niet af van wat de deelnemer hoopt of van wat de onderzoeker vermoedt.

En dus mag je niet concluderen dat een open-label gewichtsonderzoek om die reden een opgeblazen resultaat geeft. “Open-label, dus onbetrouwbaar” past in vier woorden en klinkt meteen kritisch, terwijl het onderscheid tussen gemeten en gemelde uitkomsten een alinea uitleg kost. De schrijver van zo’n zin heeft de helft van de literatuur aan zijn kant en de andere helft niet gelezen. Voor jou is dat duur, want je zet er een gemeten getal mee opzij.

Goed om te weten

Een open-label trial is niet als geheel sterk of zwak. Dezelfde trial kan sterk zijn voor het gewicht en zwak voor de misselijkheid die deelnemers zelf melden.

Waar zit het risico dan wel? Niet in de weegschaal maar in wat mensen doen zodra ze weten wat ze krijgen: motivatie, leefstijl en vooral de kans dat iemand voortijdig stopt. Dat maakt het uitvalpercentage bij een open-label onderzoek de moeite van het opzoeken waard, temeer omdat het gewoon in de resultatensectie staat. Bij SURMOUNT-5 kwam daar een ontwerpkeuze bij: beide groepen kregen niet een vaste dosis maar de maximaal verdraagbare dosis (Aronne et al., 2025). Ook dat beïnvloedt de uitkomst, los van blindering.

Kijk bij elk getal eerst wat voor uitkomst het is: iets wat een apparaat meet of iets wat iemand zelf rapporteert. Kijk daarna pas of het onderzoek geblindeerd was. Het soort uitkomst bepaalt hoe stellig je een open-label cijfer mag lezen.

Zelf te controleren: zoek in het abstract naar “double-blind” of “open-label”. Het staat er letterlijk, meestal in de eerste zin van de methodesectie.

Komen die twee getallen uit hetzelfde onderzoek?

Komen twee cijfers uit twee losse onderzoeken, dan vormen ze geen vergelijking. Dat geldt ook als ze netjes in dezelfde eenheid staan en de conclusie zich vanzelf lijkt op te dringen.

Waarom twee losse onderzoeken geen vergelijking vormen. Wat er gelijk lijkt: twee getallen in dezelfde eenheid, over hetzelfde onderwerp, uit hetzelfde vakgebied. Dat je beide getallen in procenten kunt uitdrukken maakt ze nog niet vergelijkbaar. Wat er verschilt en de vergelijking breekt: de deelnemers, de duur, de meetmomenten en het aandeel dat voortijdig stopte. De methodologisch nette variant heet een gecorrigeerde indirecte vergelijking, waarbij twee middelen worden vergeleken via een gedeelde controlegroep. In 44 vergelijkingen week de indirecte schatting drie keer significant af van direct vergelijkend onderzoek, bij een matige overeenstemming tussen de conclusies met kappa 0,51.
Waarom twee losse onderzoeken geen vergelijking vormen
Recalora

Tussen twee losse trials verschillen de deelnemers, de duur, de meetmomenten en het aandeel dat voortijdig stopte.

De methodologisch nette variant heet een gecorrigeerde indirecte vergelijking, waarbij je twee middelen vergelijkt via hun effect ten opzichte van een gedeelde controlegroep. Zelfs die komt niet altijd uit op hetzelfde antwoord als direct vergelijkend onderzoek. In 44 vergelijkingen week de indirecte schatting drie keer significant af, bij een matige overeenstemming tussen de conclusies met kappa 0,51 (Song et al., 2003). Twee losse cijfers naast elkaar zetten is niet eens die nette variant.

Een voorbeeld, zonder rangorde tussen de middelen: SURPASS-2 zette twee middelen rechtstreeks tegenover elkaar bij mensen met type-2-diabetes en rapporteerde het gewichtseffect in het abstract als verschil tussen de armen (Frías et al., 2021). In het abstract staat niet hoeveel elke groep zelf afviel. Dat is geen slordigheid: het gewicht was niet de hoofduitkomst. Die hoofduitkomst was de gemiddelde bloedsuiker (HbA1c), waarvan het abstract wel de verandering per groep geeft.

Zelf te controleren: staan beide getallen in één abstract, onder één NCT-nummer? Zo nee, dan vergelijk je niet. Wat er over de werking van deze medicatie bekend is, staat op hoe deze middelen werken.

Wat betekent “vaak” in de bijsluiter?

“Vaak” betekent in een bijsluiter dat een bijwerking optreedt bij 1 op de 100 tot minder dan 1 op de 10 gebruikers. Je gevoel bij het woord klopt daar zelden mee. Frequentiecategorieën zijn geen taalgebruik maar gemeten klassen. Ze liggen vast in de Europese systematiek en staan in rubriek 4.8 van de productinformatie van elk middel.

Categorie Betekenis
Zeer vaak bij 1 op de 10 gebruikers of meer
Vaak bij 1 op de 100 tot minder dan 1 op de 10
Soms bij 1 op de 1.000 tot minder dan 1 op de 100
Zelden bij 1 op de 10.000 tot minder dan 1 op de 1.000
Zeer zelden bij minder dan 1 op de 10.000
Niet bekend frequentie niet te schatten uit de beschikbare gegevens

Zo’n grenswaarde ziet eruit als een bevinding en is een afspraak. Wat de categorie niet zegt is hoe ernstig de bijwerking is, hoe lang hij duurt of hij bij jou zal optreden. Een milde en een hinderlijke klacht komen in dezelfde rij zodra ze even vaak voorkomen, want de tabel ordent op frequentie en op niets anders.

Goed om te weten

“Soms” klinkt geruststellender dan “vaak”. In de systematiek scheelt het een factor tien. Toch kan een klacht uit de rij “soms” zwaarder wegen dan een uit “zeer vaak”. Frequentie en gewicht zijn twee assen en de tabel toont er één.

Een melding bij Bijwerkingencentrum Lareb is iets anders dan een vermelding in de bijsluiter. Lareb schrijft zelf dat je ook mag melden als je niet zeker weet of je klachten van het middel komen. Er staat bij dat zo’n melding niet automatisch in de bijsluiter terechtkomt. Een melding is dus een vermoeden. Een frequentiecategorie heeft een noemer, een melding heeft die niet. Welke klachten er zijn gemeld en hoe vaak, staat op bijwerkingen van afslankmedicatie.

Zelf te controleren: zoek de productinformatie van het middel op via de EMA of het CBG en ga naar rubriek 4.8. Je apotheker heeft die tekst dagelijks in handen en wijst je in twee minuten de rij aan die bij jouw middel hoort.

Overzicht van de frequentiecategorieën voor bijwerkingen uit de Europese productinformatie. Zeer vaak betekent bij 1 op de 10 gebruikers of meer. Vaak betekent bij 1 op de 100 tot minder dan 1 op de 10. Soms betekent bij 1 op de 1.000 tot minder dan 1 op de 100. Zelden betekent bij 1 op de 10.000 tot minder dan 1 op de 1.000. Zeer zelden betekent bij minder dan 1 op de 10.000. Niet bekend betekent dat de frequentie niet te schatten is uit de beschikbare gegevens. De categorie zegt niets over hoe ernstig een bijwerking is of hoe lang hij duurt.
Frequentiecategorieën uit de productinformatie
Recalora

Wat voor soort publicatie heb je voor je?

Het soort publicatie bepaalt hoeveel het stuk kan dragen. Staat er “review” boven, dan kan dat twee heel verschillende dingen zijn. Een narratieve review is een deskundig geschreven overzicht zonder vooraf vastgelegde zoek- en selectiemethode. Hij kan uitstekend zijn en toch geen bewijsniveau dragen, want je weet niet welke onderzoeken zijn overwogen en welke niet. Een systematische review en een meta-analyse leggen die methode wel vast. Wie zijn opzet volledig opschrijft, heeft er meestal ook zorgvuldig over nagedacht.

PubMed toont dat onderscheid in het veld publication type, direct onder de auteurslijst. Neem de systematische review van Shetty en collega’s uit 2022, die 120 gepubliceerde casusrapporten verzamelde over bijwerkingen van GLP-1-agonisten, de middelen die het gelijknamige darmhormoon nabootsen (Shetty et al., 2022). Een reeks casusbeschrijvingen kan geen frequentie vaststellen, want de noemer ontbreekt. Dat maakt zo’n overzicht niet minder bruikbaar; het beantwoordt een andere vraag.

Eén waarschuwing bij dat veld: het beschrijft de publicatievorm en niet de trialopzet. SURMOUNT-5 draagt in PubMed de tag Equivalence Trial, terwijl het abstract superioriteit rapporteert (Aronne et al., 2025). Voor de opzet lees je dus het abstract en niet het label.

Dezelfde regel geldt voor de bronnen onder dit artikel. Een veelgeciteerd stuk over de bewijspiramide staat in PubMed met één publicatievorm, Journal Article (Murad et al., 2016). Het is dus geen systematische review en geen richtlijn maar een beschouwing die geen bewijsniveau draagt. Daarom staat het hier als voorbeeld en niet als draagbron. Hetzelfde geldt voor het oorspronkelijke GRADE-artikel, dat we alleen noemen voor het begrip dat bewijskwaliteit wordt beoordeeld in plaats van verondersteld (Guyatt et al., 2008). Dat is geen kritiek op die auteurs, want het gaat om de vorm en niet om de kwaliteit van het denken. Hoe we die keuzes maken staat op hoe we bronnen selecteren.

Zelf te controleren: open het PubMed-record en kijk onder de auteurslijst bij “Publication types”.

Wat je zelf kunt controleren en wat je niet kunt weten

Zes vragen verder is dit wat je zonder vakkennis afwerkt, in een paar minuten per abstract:

  • Wie er meededen, inclusief leeftijd, BMI en of diabetes was in- of uitgesloten
  • Of het dubbelblind of open-label was
  • Hoeveel deelnemers en over hoeveel weken
  • Welk aandeel welke drempel haalde
  • Wat voor publicatievorm het is
  • Wie het onderzoek financierde, meestal in de laatste regel van het abstract

En dit blijft buiten bereik, ook met deze zes vragen op zak:

  • Of jij bij de 57% hoort of bij de 9%
  • Hoe een middel zich over tien jaar gedraagt bij mensen zoals jij
  • Wat er gebeurt bij combinaties die niet zijn onderzocht
  • Of een niet-gerapporteerde uitkomst niet is gemeten of niet is gepubliceerd

Die tweede lijst is geen zwaktebekentenis maar de reden dat de eerste nuttig is. Een verwachting die is bijgesteld naar wat er werkelijk gemeten is, houdt beter stand tegen de volgende kop die je tegenkomt.

Wat je zelf kunt doen

Bewaar het abstract van de trial waar jouw getal vandaan komt en markeer drie dingen: de instroomcriteria, de looptijd en de drempelpercentages. Neem die pagina mee naar je controleafspraak. Een goed voorbereide afspraak levert meer op. Je voorschrijver of apotheker ziet in één blik of jij binnen die criteria valt. Dat is precies de vraag die je op internet niet beantwoord krijgt.

Wat de trials wel en niet laten zien over stoppen, staat op stoppen met je medicatie. Hoe deze medicatie in je lichaam werkt, lees je op hoe afslankmedicatie werkt.

Woordenlijst

  • Dubbelblind: noch de deelnemer noch de onderzoeker weet wie het middel krijgt.
  • Open-label: iedereen die meedoet weet wie welk middel toegediend krijgt.
  • Placebo: een middel zonder werkzame stof, gebruikt als vergelijkingsbasis in de trial.
  • Uitkomstmaat: de grootheid die vooraf is gekozen om in de trial te meten.
  • Responderanalyse: het aandeel deelnemers dat een vooraf bepaalde drempel wist te halen.
  • Indirecte vergelijking: twee middelen vergelijken via hun effect op een gedeelde controlegroep.
  • Frequentiecategorie: gestandaardiseerde klasse voor hoe vaak een bijwerking bij gebruikers voorkomt.
  • Systematische review: overzicht met een vooraf vastgelegde zoek- en selectiemethode.
  • Narratieve review: overzicht zonder zo’n vooraf vastgelegde zoek- en selectiemethode.
  • Estimand: de precieze omschrijving van welk effect een trial wil schatten, vastgelegd in het internationale richtsnoer ICH E9(R1).

Waar dit je brengt

Er zit opvallend weinig verstopt. De instroomcriteria staan in het abstract en de drempelpercentages twee zinnen lager, zonder betaalmuur die je tegenhoudt. Wat je tegenhoudt is de gewoonte om het eerste getal te pakken en door te lopen.

Dat maakt de winst hier ongebruikelijk goedkoop. De meeste onderwerpen op deze site vragen een afweging tussen dingen die je niet zeker weet, terwijl dit onderwerp niet meer vraagt dan twee minuten langer op één pagina. Het probleem zit niet in de meting maar in wat je eruit leest.

Het reikt ook verder dan dit onderwerp. Heb je eenmaal gezien dat een gemiddelde een verdeling samenvat, dan zie je dat overal terug: in bloedwaarden, in bijwerkingen en in hersteltijden na een operatie.

Verder bij Recalora

Recalora publiceert ook uitgewerkte protocollen over voeding, eiwit en krachttraining tijdens afslankmedicatie. Overzicht van afslankmedicatie

Bewijsoverzicht

Bewijsniveaus in dit overzicht: Sterk betekent meerdere grote gerandomiseerde trials of meta-analyses. Redelijk betekent enkele goede trials of consistente observationele data. Wisselend betekent inconsistente uitkomsten tussen studies. Beperkt betekent vooral mechanistische of preklinische aanwijzingen. Volledige uitleg op de methodologie-pagina.

Bewering Bewijsniveau Bronnen
Ontbrekende dubbelblindering hangt samen met gemiddeld 13% overschatting van het behandeleffect (ratio 0,87; 0,79 tot 0,96); onduidelijke toewijzingsverberging met ratio 0,93 (0,87 tot 0,99) Sterk Savović et al., 2012 (234 meta-analyses, 1.973 trials)
Die vertekening treedt op bij subjectief beoordeelde uitkomsten (ratio 0,75; 0,61 tot 0,93) en niet bij objectief gemeten uitkomsten (ratio 1,01; 0,92 tot 1,10) Sterk Wood et al., 2008 (146 meta-analyses, 1.346 trials)
In SURMOUNT-1 was de gemiddelde gewichtsdaling over 72 weken 20,9% op 15 mg tirzepatide; 91% haalde 5% of meer, 57% haalde 20% of meer Sterk Jastreboff et al., 2022 (SURMOUNT-1)
In STEP-1 was de gemiddelde gewichtsdaling over 68 weken 14,9%; 86,4% haalde 5% of meer, 69,1% 10% of meer, 50,5% 15% of meer Sterk Wilding et al., 2021 (STEP-1)
Een gecorrigeerde indirecte vergelijking komt niet altijd op hetzelfde antwoord uit als direct vergelijkend onderzoek: in 44 vergelijkingen week de indirecte schatting drie keer significant af, kappa 0,51 Redelijk Song et al., 2003 (44 vergelijkingen uit gepubliceerde meta-analyses)
In de SCALE-trial was de gemiddelde gewichtsdaling 8,4 kg over 56 weken, bij een gemiddeld startgewicht van 106,2 kg Sterk Pi-Sunyer et al., 2015 (SCALE)
Een trial die twee middelen rechtstreeks tegenover elkaar zette, rapporteerde het gewichtseffect in het abstract als verschil tussen de armen; de gewichtsverandering per arm staat niet in het abstract Sterk (populatie: type-2-diabetes) Frías et al., 2021 (SURPASS-2, n=1.879)
In SELECT was de hazard ratio voor het samengestelde eindpunt van cardiovasculair overlijden, niet-fataal hartinfarct of niet-fatale beroerte 0,80 Sterk (populatie: 45 jaar of ouder, BMI 27 of hoger, zonder diabetes, mét bestaande hart- of vaatziekte) Lincoff et al., 2023 (SELECT, n=17.604)

De frequentiecategorieën uit rubriek 4.8, de publicatievorm-tags in PubMed en de meldsystematiek van Lareb staan bewust niet in deze tabel. Dat zijn regulatoire en bibliografische feiten, geen uitspraken over de zekerheid van een verband.

Over dit artikel

Samengesteld door Ronald de Jong, redacteur onderzoekssynthese bij Recalora. Deze content is een wetenschappelijke synthese, geen persoonlijk medisch advies. Raadpleeg je arts bij klachten.

Van de redacteur: de twee analyses over blindering zijn makkelijk voor één bevinding aan te zien. De eerste meet over alle uitkomsttypen heen, de tweede splitst ze. Die splitsing bepaalt of kritiek op een open-label gewichtstrial hout snijdt. Bij de actualisatie van augustus 2026 vond ik haar in geen van de Nederlandstalige samenvattingen terug die ik las.

Voor het laatst geactualiseerd: 2026-08 (redactionele actualisatiecyclus, dit is geen medische reviewdatum). Dit artikel is niet klinisch gereviewd. Onze werkwijze en bronselectie staan op /methodologie/.

Dit artikel gaat over onderzoeksmethode, niet over behandeling. Genoemde onderzoeken en middelen dienen als voorbeeld om te laten zien hoe je gepubliceerde resultaten leest. Alle genoemde middelen zijn in Nederland uitsluitend op recept verkrijgbaar. Overleg over medicatie hoort bij je arts of apotheker. Bijwerkingen kun je melden bij Bijwerkingencentrum Lareb (lareb.nl). Recalora levert onderzoekssynthese, geen individueel medisch advies, en heeft geen commerciële relatie met fabrikanten of klinieken.

Veelgestelde vragen

Betekent open-label dat het onderzoek onbetrouwbaar is?
Nee. Open-label betekent dat deelnemers en onderzoekers weten wie welk middel krijgt. Het ontbreken van blindering maakt vooral uit bij subjectief beoordeelde uitkomsten, terwijl die vertekening bij objectief gemeten uitkomsten niet is aangetoond (Wood et al., 2008). Gewicht op een weegschaal is objectief gemeten. Het risico loopt hier eerder via gedrag en uitval dan via de meting zelf.
Hoe betrouwbaar is onderzoek naar afslankmedicatie?
Op de punten waar het naar keek is het stevig onderbouwd. De trials op deze pagina hebben duizenden deelnemers, een vooraf vastgelegde uitkomstmaat en drempelpercentages naast het gemiddelde (Jastreboff et al., 2022; Wilding et al., 2021). De beperking zit in de reikwijdte, want zo'n trial sluit een specifieke groep in en meet wat vooraf was afgesproken. Wat daarbuiten valt is niet weerlegd maar niet onderzocht.
Wat is het verschil tussen kilo's en procenten in een onderzoek?
Procenten zijn op jezelf te betrekken, kilo's alleen samen met het startgewicht. In de SCALE-trial verloren deelnemers gemiddeld 8,4 kg over 56 weken bij een gemiddeld startgewicht van 106,2 kg (Pi-Sunyer et al., 2015), wat neerkomt op ongeveer acht procent. Staat er alleen een kilogetal, zoek dan het startgewicht erbij.
Wie betaalt dit soort onderzoek?
Bij alle trials op deze pagina betaalde de fabrikant van een van de onderzochte middelen. Dat staat er gewoon bij, in de laatste regel van het abstract, meestal samen met het registratienummer van de trial. Het hoort bij wat je weet op het moment dat je het getal leest, net als de looptijd en de insluitcriteria.
Staat een bijwerking in de bijsluiter omdat hij bewezen is?
Niet helemaal. Rubriek 4.8 vermeldt een bijwerking met een frequentiecategorie. Die categorie zegt hoe vaak iets is waargenomen bij gebruikers. Een melding bij Bijwerkingencentrum Lareb is iets anders: dat is een vermoeden dat niet automatisch in de bijsluiter terechtkomt. De categorie heeft een noemer, de melding niet.
Is een review hetzelfde als een systematische review?
Nee. Een narratieve review is een overzicht zonder vooraf vastgelegde zoek- en selectiemethode, dus je weet niet welke onderzoeken zijn overwogen. Een systematische review legt die methode wel vast. Een meta-analyse gaat een stap verder en rekent de resultaten samen. PubMed toont het verschil in het veld publication type, dat de publicatievorm beschrijft en niet de opzet van de trial.

Bronnen

  1. Savović J, Jones HE, Altman DG, Harris RJ, Jüni P, Pildal J, Als-Nielsen B, Balk EM, Gluud C, Gluud LL, Ioannidis JP, Schulz KF, Beynon R, Welton NJ, Wood L, Moher D, Deeks JJ, Sterne JA (2012). Influence of reported study design characteristics on intervention effect estimates from randomized, controlled trials. Annals of Internal Medicine. 157(6):429-38. · PMID: 22945832 [Meta-epidemiologisch] bron
  2. Wood L, Egger M, Gluud LL, Schulz KF, Jüni P, Altman DG, Gluud C, Martin RM, Wood AJ, Sterne JA (2008). Empirical evidence of bias in treatment effect estimates in controlled trials with different interventions and outcomes: meta-epidemiological study. BMJ. 336(7644):601-5. · PMID: 18316340 [Meta-epidemiologisch] bron
  3. Song F, Altman DG, Glenny AM, Deeks JJ (2003). Validity of indirect comparison for estimating efficacy of competing interventions: empirical evidence from published meta-analyses. BMJ. 326(7387):472. · PMID: 12609941 [Empirische validatie] bron
  4. Murad MH, Asi N, Alsawas M, Alahdab F (2016). New evidence pyramid. Evidence-Based Medicine. 21(4):125-7. · PMID: 27339128 [Journal Article, beschouwing, in dit artikel uitsluitend als voorbeeld van publicatievorm] bron
  5. Guyatt GH, Oxman AD, Vist GE, Kunz R, Falck-Ytter Y, Alonso-Coello P, Schünemann HJ (2008). GRADE: an emerging consensus on rating quality of evidence and strength of recommendations. BMJ. 336(7650):924-6. · PMID: 18436948 [Journal Article, uitsluitend als begripsverwijzing] bron
  6. Jastreboff AM, Aronne LJ, Ahmad NN, Wharton S, Connery L, Alves B, Kiyosue A, Zhang S, et al. (2022). Tirzepatide Once Weekly for the Treatment of Obesity (SURMOUNT-1). New England Journal of Medicine. · PMID: 35658024 bron
  7. Aronne LJ, Horn DB, le Roux CW, Ho W, Falcon BL, Gomez Valderas E, Das S, Lee CJ, et al. (2025). Tirzepatide as Compared with Semaglutide for the Treatment of Obesity (SURMOUNT-5). New England Journal of Medicine. · PMID: 40353578 [RCT, open-label] bron
  8. Wilding JPH, Batterham RL, Calanna S, Davies M, Van Gaal LF, Lingvay I, McGowan BM, Rosenstock J, et al. (2021). Once-Weekly Semaglutide in Adults with Overweight or Obesity (STEP-1). New England Journal of Medicine. · PMID: 33567185 bron
  9. Frías JP, Davies MJ, Rosenstock J, Pérez Manghi FC, Fernández Landó L, Bergman BK, Liu B, Cui X, et al. (2021). Tirzepatide versus Semaglutide Once Weekly in Patients with Type 2 Diabetes (SURPASS-2). New England Journal of Medicine. · PMID: 34170647 [RCT, open-label] bron
  10. Pi-Sunyer X, Astrup A, Fujioka K, Greenway F, Halpern A, Krempf M, Lau DC, le Roux CW, Violante Ortiz R, Jensen CB, Wilding JP (2015). A Randomized, Controlled Trial of 3.0 mg of Liraglutide in Weight Management (SCALE). New England Journal of Medicine. 373(1):11-22. · PMID: 26132939 bron
  11. Lincoff AM, Brown-Frandsen K, Colhoun HM, Deanfield J, Emerson SS, Esbjerg S, Hardt-Lindberg S, Hovingh GK, Kahn SE, Kushner RF, Lingvay I, Oral TK, Michelsen MM, Plutzky J, Tornøe CW, Ryan DH (2023). Semaglutide and Cardiovascular Outcomes in Obesity without Diabetes (SELECT). New England Journal of Medicine. 389(24):2221-2232. · PMID: 37952131 bron
  12. Garvey WT, Frias JP, Jastreboff AM, et al. (2023). Tirzepatide once weekly for the treatment of obesity in people with type 2 diabetes (SURMOUNT-2). The Lancet. 402(10402):613-626. · PMID: 37385275 bron
  13. Shetty R, Basheer FT, Poojari PG, Thunga G, Chandran VP, Acharya LD (2022). Adverse drug reactions of GLP-1 agonists: A systematic review of case reports. Diabetes & Metabolic Syndrome. · PMID: 35217468 [Systematische review] bron
  14. European Medicines Agency. Productinformatie per geneesmiddel, rubriek 4.8 Bijwerkingen. [Regulatoir document] bron
  15. ICH E9(R1) Addendum on Estimands and Sensitivity Analysis in Clinical Trials, EMA/CHMP/ICH/436221/2017, van kracht sinds 30-07-2020. [Richtsnoer] bron
  16. Bijwerkingencentrum Lareb. Alles over bijwerkingen melden. [Patiënt- en meldinformatie] bron
  17. College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG-MEB). Geneesmiddeleninformatiebank. [Regulatoir] bron
Hoe dit artikel tot stand kwam
  • De bronnen zijn peer-reviewed studies, richtlijnen en de officiële productinformatie. Elke bron staat hierboven, met PMID of DOI waar die bestaat.
  • Elke bewering over een effect krijgt een bewijsniveau: sterk, redelijk, wisselend of beperkt. Nooit hoger dan de bron draagt.
  • Bronnen met een PMID of DOI zijn vóór publicatie nagekeken in de originele database. Een bron die daar niet bestaat, haalt de pagina niet.

Recalora wordt niet medisch gereviewd, en de samensteller is geen arts. Hoe wij werken

Samengesteld door Ronald de Jong · Redacteur onderzoekssynthese