Recalora verkoopt geen GLP-1-medicatie en heeft geen commerciële binding met farmaceutische fabrikanten. Deze content is voorlichtend en vervangt geen consult met je huisarts, internist of endocrinoloog.Recalora verkoopt geen GLP-1-medicatie en heeft geen commerciële binding met farmaceutische fabrikanten. Deze content is voorlichtend en vervangt geen consult met je huisarts, internist of endocrinoloog. Hoe wij werken

Afslankmedicatie

Stoppen met afslankmedicatie: wat er daarna gebeurt en wat erover is gemeten

Educatief, geen medisch advies. Recalora verkoopt geen medicatie.

Volledige toelichting

Dit artikel is educatief van aard. Stoppen, afbouwen of aanpassen van afslankmedicatie hoort uitsluitend te lopen via je huisarts of specialist. Recalora verkoopt geen afslankmedicatie en heeft geen commerciële binding met farmaceutische fabrikanten. Deze content is voorlichtend en vervangt geen consult met je huisarts, internist of endocrinoloog. Wijzig nooit zelfstandig je dosering.

Snel antwoord

Na stoppen met afslankmedicatie valt de werking van het middel weg: je eetlust en een deel van je gewicht komen terug. Je maag loopt weer in het oude tempo leeg en het signaal dat je vol zit zakt naar het oude niveau. Je krijgt weer de honger die je kende voor je startte: fysiologie en geen terugval. In gelot onderzoek hield doorbehandelen het gewichtsverlies vast en staken niet (Rubino et al., 2021; Aronne et al., 2024). Geen gemiddelde voorspelt hoeveel er bij jou terugkomt. Moment en tempo van stoppen bespreek je met de arts die je recept beheert.

Snelle samenvatting

  • Het verzadigingssignaal keert terug zodra het middel weg is. Dat is de werking die wegvalt, geen terugval.
  • Het gewicht beweegt daarmee mee. Hoeveel verschilt sterk per persoon.
  • Geen enkel afbouwschema rust op vergelijkend bewijs.
  • Wat er na staken met het hart- en vaatvoordeel gebeurt is niet gepubliceerd.
  • Bij een zwangerschapswens bespreek je stoppen vóór de zwangerschap met de arts die je recept beheert. Vóór een geplande operatie of endoscopie meld je dat je dit middel gebruikt.

Let op: een deel van de middelen die in Nederland voor gewichtsverlies worden gebruikt is daarvoor niet geregistreerd. Dat heet off-label gebruik; de voorschrijver weegt per persoon of het medisch passend is. De actuele registratiestand staat bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen en in het Farmacotherapeutisch Kompas.

Wat er in de eerste weken verandert

De eerste dagen na je laatste toediening merk je meestal weinig, want deze middelen blijven dagenlang werken. Het verschil komt in de weken erna.

Die verandering zit in je maag en in je hersenen. Het middel hield eten langer in je maag en versterkte het signaal dat je vol zit. Als het is uitgewerkt is er in je maag eerder weer ruimte. De trek komt dan niet als een aanval terug maar als de bekende honger die er tijdens de behandeling eenvoudigweg niet was.

Hoe snel dat gaat is naar verwachting een kwestie van dagen tot weken, maar gemeten is het niet. Geen enkele trial heeft het hersteltempo van de eetlust na staken gevolgd, dus een aantal weken noemen zou hier een verzonnen getal zijn. Wel beschreven is dat de vertraagde maaglediging integraal onderdeel is van de werking (Jalleh et al., 2024). Hoe dat mechanisme loopt staat bij wat deze medicatie in je lichaam doet.

Ontwenningsverschijnselen staan niet beschreven in de Europese productinformatie van deze middelen. Houden klachten na het staken aan, meld dat dan bij de arts die je recept beheert.

Waarom het gewicht terugkomt zonder dat je iets anders doet

Het gewicht komt terug omdat het middel het verzadigingssignaal hoger zette dan je eigen lichaam dat doet. Valt de behandeling weg, dan zakt dat signaal naar het oude niveau zonder dat er aan je gedrag of motivatie iets verandert. Het beloop na staken is dus eerst een fysiologische verwachting en pas daarna een meting.

Die meting komt uit precies één plek: de verlengingsfase van STEP 1, bij 327 van de 1.961 deelnemers. Op week 68 was het gewichtsverlies gemiddeld 17,3 procent. In de 52 weken na het staken kwam daarvan 11,6 procentpunt terug, ongeveer twee derde (Wilding et al., 2022).

Gewichtsverloop in de verlengingsfase van STEP 1, bij 327 van de 1.961 deelnemers die de behandeling hadden afgemaakt. Op week 68, aan het einde van de behandeling, was het gewichtsverlies gemiddeld 17,3 procent ten opzichte van het uitgangsgewicht. Op week 120, een jaar na het staken, was daar netto 5,6 procent van over: 11,6 procentpunt kwam terug. Er staat geen lijn tussen beide momenten omdat het verloop ertussen niet als reeks is gepubliceerd en omdat dit een deelgroep betreft en geen gelote vergelijking.
Wat er overbleef na een jaar zonder behandeling
Recalora

Vier beperkingen horen onlosmakelijk bij dat getal.

  • De verlenging omvatte 327 van de 1.961 deelnemers. Dat is geen gelote vergelijking maar een deelgroep.
  • Die deelgroep bestond uit mensen die de volledige 68 weken hadden afgemaakt, op een selectie van locaties in Canada, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Japan. Dat blijft een selectie op locatie en op voltooiing.
  • Alle analyses in de verlenging waren verkennend. Ze waren niet opgezet om een verschil te bewijzen.
  • De leefstijlbegeleiding werd op week 68 óók gestaakt, tegelijk met het middel.

Die laatste is de belangrijkste van de vier. Met het middel verdween ook het hele programma eromheen: de afspraken, de begeleiding en het feit dat er iemand meekeek. Wat de verlenging meet is dus niet het staken van een middel maar het staken van een heel programma. Die twee zijn in deze data niet uit elkaar te halen.

Drie onderzoeken hebben het staken gemeten. Omdat ze voortdurend door elkaar worden gehaald, staan ze hier naast elkaar.

Onderzoek Opzet Wat er is gemeten
STEP 1-verlengingsfase (Wilding et al., 2022) Observationele verlenging na afloop van STEP 1, 327 van de 1.961 deelnemers Week 0 tot 68: -17,3% met semaglutide tegenover -2,0% met placebo. Na staken werd op week 120 gemiddeld 11,6 procentpunt teruggewonnen, tegenover 1,9 procentpunt in de placebogroep. Netto over week 0 tot 120: -5,6% tegenover -0,1%
STEP 4 (Rubino et al., 2021) Gelote, dubbelblinde staakstudie, 803 deelnemers na een inloopfase van 20 weken Na de inloop was gemiddeld 10,6% verloren. Week 20 tot 68: -7,9% bij doorbehandelen tegenover +6,9% bij overstap naar placebo. Verschil -14,8 procentpunt (95% BI -16,0 tot -13,5)
SURMOUNT-4 (Aronne et al., 2024) Gelote staakstudie met tirzepatide, 670 deelnemers na 36 weken open-label inloop Na de inloop was gemiddeld 20,9% verloren. Week 36 tot 88: -5,5% bij doorbehandelen tegenover +14,0% bij placebo. Van de doorbehandelde deelnemers hield 89,5% ten minste 80% van het inloopverlies vast, tegenover 16,6% bij placebo

Alle drie sloten diabetes uit: deze cijfers gaan over gewichtsbehandeling en niet over diabetesbehandeling. In de derde kolom van de twee gelote studies zie je dat het gewicht bij doorbehandelen verder daalde en bij staken niet langzamer daalde maar steeg. Het patroon is bij twee verschillende werkzame stoffen hetzelfde. Dat maakt het een eigenschap van de behandeling en niet van één product.

Het twee-derde-cijfer uit de verlenging is bruikbaar als orde van grootte en niet als voorspelling voor één persoon. Onder dat gemiddelde ligt een spreiding waarvan de uiteinden nergens worden geciteerd. Juist die uiteinden bepalen wat er in een spreekkamer aan de orde is. Bij zulke spreiding is een gemiddelde niet meer dan een rekensom.

Wel bleef er in de deelgroep van de verlenging na een jaar zonder behandeling netto 5,6 procent gewichtsverlies over, tegenover 0,1 procent in de placebogroep (Wilding et al., 2022). Het beeld is dus niet dat alles wordt teruggedraaid maar dat het grootste deel wegvalt zodra de behandeling wegvalt.

Waarom dit geen wilskrachtvraag is

Het terugkomen van het gewicht wijst niet op een gebrek aan wilskracht. Achter de vraag hoeveel er terugkomt zit een tweede vraag die zelden hardop wordt gesteld: of het je eigen schuld is. Het antwoord daarop komt niet uit een meningsstuk maar uit de opzet van twee onderzoeken.

In STEP 4 en SURMOUNT-4 stopten deelnemers niet omdat ze het opgaven. Zij werden gestopt omdat de loting dat bepaalde. Dat gebeurde dubbelblind, bij mensen die tot dat moment precies hetzelfde traject hadden doorlopen als de groep die doorging: dezelfde motivatie, dezelfde begeleiding, hetzelfde programma. Het enige verschil was of er nog werkzame stof in de spuit zat.

En toch liep het gewicht in de placebogroepen op, met 6,9 procent over week 20 tot 68 in STEP 4 en 14,0 procent over week 36 tot 88 in SURMOUNT-4 (Rubino et al., 2021; Aronne et al., 2024). Loting maakt twee groepen vergelijkbaar op alles wat niet wordt gemeten, motivatie inbegrepen. Dat oplopen wijst dus naar de behandeling die wegviel en niet naar het karakter van de gebruiker.

In het populaire verhaal verdwijnt dat onderscheid: daar wordt hetzelfde beloop gelezen als bewijs dat mensen terugvallen in oude gewoontes, terwijl de studieopzet nu juist die verklaring uitsluit.

Goed om te weten

Loting is hier het beslissende ontwerpkenmerk. Bij een observationele vergelijking tussen stoppers en doorgaanders zou nooit vaststaan of de stoppers iets anders deden. In STEP 4 en SURMOUNT-4 bepaalde het lot wie stopte, waardoor alles wat de groepen onderscheidde toeval plus de behandeling zelf was.

Wat er behalve gewicht nog meer meebeweegt

Ook bloeddruk, bloedvetten en bloedsuikerwaarden bewegen mee, al zie je dat niet op de weegschaal. In dezelfde verlengingsfase keerden ze op week 120 grotendeels terug richting de uitgangswaarde (Wilding et al., 2022). Het antwoord op de vraag wat er met je bloedsuiker gebeurt staat dus in die publicatie en niet in een aparte studie.

Bij het hart- en vaatvoordeel is het antwoord ongemakkelijker: wat er na staken mee gebeurt is niet gepubliceerd. Het voordeel zelf is gemeten tijdens behandeling. In SELECT verlaagde semaglutide het risico op een samengesteld hart- en vaateindpunt: dat trad op bij 6,5 procent van de deelnemers tegenover 8,0 procent met placebo, hazard ratio 0,80 (95% BI 0,72 tot 0,90) (Lincoff et al., 2023). Die deelnemers waren 45 jaar of ouder, hadden een BMI van 27 of hoger, hadden géén diabetes en hadden wel al een bestaande hart- of vaatziekte. Voor de periode na staken is dat voordeel dus niet ‘waarschijnlijk weg’ en niet ‘waarschijnlijk blijvend’ maar niet onderzocht.

Onder doorlopende behandeling ligt er wél een lange meting: in SELECT bleef het gewichtsverlies tot week 208 behouden, gemiddeld -10,2 procent tegenover -1,5 procent met placebo (Ryan et al., 2024). Dat zegt iets over doorgaan en niets over stoppen.

Wat er met spiermassa gebeurt terwijl het gewicht terugkomt is niet gemeten. Het ontbreken van die meting zegt niets over de behandeling zelf, alleen over wat erover te weten valt. Wat er over de behandelperiode bekend is, staat bij spierverlies bij gewichtsverlies.

Overzicht van welke uitkomsten tijdens de behandeling zijn gemeten en welke na het staken. Gemeten tijdens behandeling en dus een uitspraak over doorgaan: het gewichtsverlies bleef in SELECT tot vier jaar behouden. Het hart- en vaatvoordeel is aangetoond bij mensen van 45 jaar en ouder met een BMI van 27 of hoger, zonder diabetes en met bestaande hart- en vaatziekte. Gemeten na staken en dus een uitspraak over stoppen: in de STEP 1-verlengingsfase kwam een groot deel van het verloren gewicht terug en keerden de verbeteringen in hart- en stofwisselingswaarden voor de meeste variabelen terug richting de uitgangswaarde. Niet gemeten: wat er na staken gebeurt met het hart- en vaatvoordeel en hoe het beloop er na twee jaar of langer uitziet.
Gemeten tijdens, gemeten erna, of niet gemeten
Recalora

Wanneer stoppen medisch aan de orde is

Stoppen is medisch aan de orde in vijf situaties. Het is dan geen terugval maar de aangewezen route. Die loopt altijd via de arts die je recept beheert.

Zwangerschap of een zwangerschapswens. Hier hoort het gesprek over stoppen vóór een zwangerschap, want over de veiligheid tijdens de zwangerschap is weinig bekend. Een overzichtsartikel in de American Journal of Obstetrics and Gynecology zet de stand van zaken op een rij: prospectieve humane studies ontbreken, dierstudies lieten bij blootstelling tijdens de dracht ongunstige uitkomsten zien en humane observationele gegevens toonden geen patroon van aangeboren afwijkingen. De auteurs noemen dat onvoldoende onderbouwd en adviseren anticonceptie (Drummond et al., 2025). Dit is een narratieve review zonder bewijsniveau. Het overzichtsartikel bespreekt ook een cohortstudie: in vier Noordse landen, de Verenigde Staten en Israël werden 938 rond de conceptie blootgestelde kinderen vergeleken met kinderen van moeders die insuline gebruikten. Het risico op ernstige aangeboren afwijkingen verschilde niet aantoonbaar, relatief risico 0,95 (95% BI 0,72 tot 1,26) (Cesta et al., 2024). Dat onderzoek keek uitsluitend naar vrouwen met diabetes type 2 op een tweedelijnsmiddel en niet naar gewichtsbehandeling. Volgens de auteurs van de review ontbraken gegevens over de bloedsuikerregeling van de moeder, waardoor er geen conclusie uit te trekken valt (Drummond et al., 2025). Gewichtsverlies kan bij een onregelmatige cyclus de vruchtbaarheid herstellen. In dezelfde review staan vrouwen met zo’n cyclus beschreven die eerder niet zwanger werden en tijdens het gebruik onbedoeld zwanger raakten (Drummond et al., 2025). Ook daarom hoort dit gesprek vóóraf.

Een geplande operatie of endoscopie. Sterke vertraging van de maagontlediging kan voedsel langer in de maag houden, met een verhoogd risico op aspiratie rond een ingreep: maaginhoud die in je luchtwegen terechtkomt. De auteurs van het eerdergenoemde beschouwende artikel over de maagontlediging noemen de bewijsbasis voor richtlijnen daarover zelf zwak (Jalleh et al., 2024). Er ligt wel een directe meting bij 124 patiënten die volgens de vastenrichtlijn nuchter waren, met echografie van de maag: bij gebruikers van een wekelijks toegediend middel was de achtergebleven maaginhoud in 56 procent van de gevallen verhoogd tegenover 19 procent bij niet-gebruikers, na correctie een prevalentieratio van 2,48 (95% BI 1,23 tot 4,97) (Sen et al., 2024). Het gaat om één ziekenhuis en één onderzoek, dus om een meting en niet om een vaststaand cijfer. De tweede uitkomst weegt zwaarder: hoe lang het middel vóór de ingreep was onderbroken hing niet samen met de kans op verhoogde maaginhoud (Sen et al., 2024). Daarom staat hier geen aantal uren. Wat er wél toe doet: meld vóór een geplande ingreep dat je dit middel gebruikt, ook als die klein lijkt. Het beleid verschilt per ziekenhuis.

Bijwerkingen die je niet verdraagt. Klachten kwamen in STEP 4 vaak voor maar waren zelden de reden om te stoppen. Maag-darmklachten werden tijdens behandeling gemeld door 49,1 procent tegenover 26,1 procent met placebo, terwijl staken wegens bijwerkingen voorkwam bij 2,4 procent tegenover 2,2 procent (Rubino et al., 2021). Het volledige beeld staat bij bijwerkingen van afslankmedicatie.

Het behandeldoel is bereikt. Dat is een gezamenlijke afweging met je arts, waarin het chronische karakter van de aandoening meeweegt.

Vergoeding of beschikbaarheid. Dit is in Nederland een reële reden en een andere dan de vier hierboven, want hier stopt niet de indicatie maar de toegang.

Overzicht van vijf situaties waarin stoppen met afslankmedicatie medisch aan de orde komt. Bij zwangerschap of zwangerschapswens: er zijn geen prospectieve humane studies, het advies is anticonceptie te gebruiken en gewichtsverlies kan de vruchtbaarheid herstellen. Bij een geplande operatie of endoscopie: meld vóór de ingreep dat je het middel gebruikt, ook als de ingreep klein lijkt. Bij bijwerkingen die je niet verdraagt: klachten kwamen heel vaak voor en staken wegens die klachten juist zelden. Als het behandeldoel is bereikt: een gezamenlijke afweging met je arts. Bij vergoeding of beschikbaarheid stopt niet de indicatie maar de toegang. Er is geen onderzoek dat afbouwschema's vergelijkt.
Vijf redenen die in de spreekkamer terugkomen
Recalora

Afbouwen of in één keer stoppen

Of afbouwen beter is dan in één keer stoppen is niet onderzocht. Er is geen enkele studie gevonden die afbouwschema’s onderling of met in één keer stoppen heeft vergeleken, terwijl het de meest gestelde praktische vraag is.

Een afbouwschema van internet rust dus niet op vergelijkend bewijs. Wij publiceren er geen: de onderbouwing ontbreekt en het tempo hoort bij de arts die je recept beheert. De literatuur zwijgt juist waar de marketing het hardst praat. Wordt er in de praktijk geleidelijk afgebouwd, dan is dat een afweging van je arts en geen uitkomst van vergelijkend onderzoek.

Er zit ook een aanname onder de vraag: afbouwen veronderstelt dat het probleem in de snelheid zit. In beide gelote studies werd de placebogroep in één stap overgezet van het middel op een placebo die er hetzelfde uitzag (Rubino et al., 2021; Aronne et al., 2024). Daarna liep het gewicht op. Deze studies meten dus het beloop na staken in één keer. Geen van beide heeft onderzocht of een trager pad naar het einde van de behandeling dat beloop verandert.

Een overzichtsartikel in Diabetes, Obesity and Metabolism bepleit het staken te behandelen als een risicovol overgangsmoment in plaats van als eindpunt (Shah et al., 2026). Dat is een standpunt en geen meting.

Hoe vaak mensen stoppen

In één Amerikaans cohort was ruwweg twee op de drie gebruikers binnen een jaar gestopt. Dat cohort volgde 4.066 commercieel verzekerde volwassenen met obesitas zonder diabetes, gestart in 2021. Na 180 dagen gebruikte 46,3 procent het middel nog, na een jaar 32,3 procent (Gleason et al., 2024).

De inperking hoort er meteen bij: dit is een Amerikaans verzekerdenbestand uit 2021 met een eigen vergoedingscontext. Zulke declaratiegegevens zeggen bovendien niets over waaróm iemand stopte.

Waarom het er toch staat: als je overweegt te stoppen of net gestopt bent, ben je niet de uitzondering. Dat is geen aanmoediging en geen ontmoediging maar ontbrekende context.

Goed om te weten

Let op het toeval in de twee breuken. Ongeveer twee derde van het gewicht keerde terug in de STEP 1-verlenging. Ongeveer twee op de drie gebruikers stopte binnen een jaar in het Amerikaanse cohort. Dat is dezelfde breuk bij twee totaal verschillende metingen, in verschillende populaties, met verschillende opzetten. Ze hebben niets met elkaar te maken, terwijl ze online regelmatig door elkaar worden gehaald.

Wat je met je arts of diëtist kunt bespreken

Lees dit eerst. Er is geen onderzoek gevonden dat een leefstijlaanpak ná het staken heeft getest op het beperken van gewichtsherstel. Alles hieronder is overgezet uit andere contexten, dus staat er “wat je kunt bespreken” en nooit “wat werkt”.

Dat maakt de lijst niet waardeloos, want de onderwerpen zijn zinvol op zichzelf. Alleen de zekerheid ontbreekt; die verzinnen we er niet bij.

  • Krachttraining. Behoud van spiermassa speelt bij elke vorm van gewichtsverandering. Wat daarover is gemeten staat bij krachttraining tijdens je behandeling.
  • Eiwitinname. Wij noemen hier bewust geen aantal gram per kilogram, want het getal dat circuleert komt uit een andere populatie. Wat er wel over te zeggen valt staat bij hoeveel eiwit je nodig hebt.
  • Slaap en stress. Beide beïnvloeden de eetlustregulatie. Dat is algemene fysiologie en geen bevinding over de periode na staken.
  • Voedingspatroon. Het Voedingscentrum is hiervoor de aangewezen bron; een diëtist kan het toepassen op jouw situatie.
  • Monitoring. Gewicht, taille en waar relevant bloedsuiker of bloeddruk. Wat er wordt gemeten en hoe vaak bepaalt je huisarts.

Wat helpt is het gesprek voorbereiden met een vraag in plaats van met een oordeel over jezelf. Het doel is samen nadenken en geen confrontatie.

Wat je zelf kunt doen

Maak van het stopmoment een afspraak in plaats van een datum. Leg met je huisarts vooraf vast wanneer je terugkomt, wat er dan wordt gemeten en bij welke verandering je eerder belt.

Ligt het stoppen achter je, dan verschuift de vraag naar hoe je je gewicht behoudt na je behandeling.

Waar het onderzoek ophoudt

Het onderzoek houdt op na het eerste jaar zonder behandeling. Dat is eerder dan de stelligheid waarmee erover wordt geschreven doet vermoeden.

Stevig onderbouwd is dat doorbehandelen het gewichtsverlies vasthield en staken niet, gemeten in twee gelote staakstudies met twee werkzame stoffen (Rubino et al., 2021; Aronne et al., 2024). Afgeleid maar niet gemeten is het hersteltempo van eetlust en maaglediging. Uit de werking volgt dat die na staken normaliseren, maar nergens is nagemeten hoe snel dat gaat. Er ligt wel een beschouwing over de maagontlediging tijdens gebruik (Jalleh et al., 2024).

Zwak onderbouwd of onbekend is de rest:

  • Of geleidelijk afbouwen het gewichtsherstel beperkt is nergens vergelijkend onderzocht.
  • Of leefstijlmaatregelen ná staken het gewichtsherstel beperken is in deze context niet onderzocht.
  • Wat er na staken gebeurt met het hart- en vaatvoordeel is niet gepubliceerd.
  • Hoe het beloop er na twee jaar of langer uitziet is onbekend, want de langste meting na staken loopt tot 52 weken.
  • Of de duur van de behandeling, één jaar tegenover vijf, het beloop na staken beïnvloedt is niet onderzocht.

Wat zich niet laat verkopen blijft onbesproken, ook als juist daar het antwoord zit. Als je weet dat de langste meting bij 52 weken ophoudt, stel je in de spreekkamer een andere vraag.

Overzicht van welke uitspraken over de periode na het staken van deze medicatie op onderzoek rusten. Gemeten: doorbehandelen houdt het gewichtsverlies vast en staken niet, gemeten in twee gelote staakstudies met twee verschillende werkzame stoffen, bewijsniveau Sterk. In de STEP 1-verlengingsfase kwam een jaar na staken 11,6 van de 17,3 verloren gewichtsprocentpunten terug, waarbij netto 5,6 procent verlies overbleef, bewijsniveau Redelijk. Afgeleid maar niet gemeten: dat eetlust en maaglediging na staken normaliseren volgt uit het werkingsmechanisme, maar het hersteltempo is niet gemeten. Onbekend: of geleidelijk afbouwen het gewichtsherstel beperkt, of leefstijlmaatregelen na staken dat doen, en of de duur van de behandeling het beloop beïnvloedt.
Gemeten, afgeleid of onbekend
Recalora

Wat hiervan blijft staan

De twee gelote studies worden opvallend vaak overgeslagen ten gunste van de verlengingsfase. STEP 4 en SURMOUNT-4 zijn methodologisch veruit het sterkst, terwijl de verlengingsfase een deelgroep is met verkennende analyses. Juist die levert het getal dat blijft plakken. Een getal reist blijkbaar verder dan een onderzoeksopzet.

Het woord kuur past niet bij wat er gemeten is: nergens in deze onderzoeken staat iets wat daarop lijkt. Wat er staat is een behandeling die werkt zolang ze loopt. Zo werkt bloeddrukmedicatie ook, terwijl niemand het stoppen daarvan een terugval noemt.

Wat onbeslist blijft is de vraag die het meest wordt gesteld, namelijk wat er over twee, drie of vijf jaar gebeurt. De langste meting na staken loopt tot 52 weken. Dat is weinig, maar genoeg om een andere vraag te stellen: niet hoeveel er terugkomt maar wat je met je arts hebt afgesproken voor het moment dat het terugkomt.

Verder bij Recalora

Recalora publiceert ook uitgewerkte protocollen over voeding, eiwit en krachttraining tijdens je behandeling; die staan in het overzicht van afslankmedicatie.
Verwante pagina’s: wat deze medicatie in je lichaam doet, spierverlies bij gewichtsverlies, bijwerkingen van afslankmedicatie, hoeveel eiwit je nodig hebt, krachttraining tijdens je behandeling, hoe je onderzoek naar deze medicatie leest, zwangerschap en afslankmedicatie en hart en vaten tijdens je behandeling.

Bewijsoverzicht

Bewijsniveaus in dit overzicht: Sterk betekent meerdere grote gerandomiseerde trials of meta-analyses. Redelijk betekent enkele goede trials of consistente observationele data. Wisselend betekent inconsistente uitkomsten tussen studies. Beperkt betekent vooral mechanistische of preklinische aanwijzingen, of analyses die daar qua zeggingskracht bij in de buurt komen. Volledige uitleg op de methodologie-pagina.

Bewering Bewijsniveau Bronnen
Doorbehandelen houdt het gewichtsverlies vast en staken niet Sterk (twee gelote staakstudies, twee werkzame stoffen, beide zonder diabetes; overstap op placebo in één stap) Rubino et al., 2021 (STEP 4, n=803); Aronne et al., 2024 (SURMOUNT-4, n=670)
Na de inloopfase van STEP 4 daalde het gewicht bij doorbehandelen met 7,9 procent en steeg het bij placebo met 6,9 procent; verschil 14,8 procentpunt (95% BI 16,0 tot 13,5) Sterk Rubino et al., 2021 (STEP 4, n=803)
In SURMOUNT-4 daalde het gewicht bij doorbehandelen met 5,5 procent en steeg het bij placebo met 14,0 procent; 89,5 procent tegenover 16,6 procent hield minstens 80 procent van het inloopverlies vast Sterk Aronne et al., 2024 (SURMOUNT-4, n=670)
Een jaar na staken kwam 11,6 van de 17,3 verloren gewichtsprocentpunten terug; netto bleef 5,6 procent verlies over Redelijk (verkennende analyses op een deelgroep van 327 van 1.961 deelnemers, geselecteerd op locatie en voltooiing; de leefstijlbegeleiding stopte tegelijk met het middel) Wilding et al., 2022 (STEP 1-verlenging)
De cardiometabole verbeteringen keerden voor de meeste variabelen terug richting de uitgangswaarde Redelijk (zelfde verkennende deelgroep) Wilding et al., 2022 (STEP 1-verlenging)
Onder doorlopende behandeling bleef het gewichtsverlies tot week 208 behouden: gemiddeld 10,2 procent tegenover 1,5 procent met placebo Sterk (vooraf gespecificeerde analyse; populatie mét bestaande hart- of vaatziekte) Ryan et al., 2024 (SELECT, n=17.604)
Het samengestelde hart- en vaateindpunt trad op bij 6,5 procent tegenover 8,0 procent, HR 0,80 (0,72 tot 0,90) Sterk (45 jaar of ouder, BMI 27 of hoger, zonder diabetes, mét bestaande hart- of vaatziekte; gemeten tijdens behandeling) Lincoff et al., 2023 (SELECT, n=17.604)
Tijdens behandeling met semaglutide meldde 49,1 procent maag-darmklachten tegenover 26,1 procent met placebo; staken wegens bijwerkingen 2,4 procent tegenover 2,2 procent Sterk Rubino et al., 2021 (STEP 4, n=803)
Bij gebruikers van een wekelijks GLP-1-middel was achtergebleven maaginhoud vóór een ingreep vaker verhoogd: 56 procent tegenover 19 procent, prevalentieratio 2,48 (95% BI 1,23 tot 4,97) Redelijk (prospectief en echografisch gemeten, maar één centrum en n=124; de duur van de onderbreking hing niet samen met de uitkomst) Sen et al., 2024 (n=124)
Rond de conceptie verschilde het risico op ernstige aangeboren afwijkingen na blootstelling aan een GLP-1-middel niet aantoonbaar van dat onder insuline: relatief risico 0,95 (95% BI 0,72 tot 1,26) Redelijk (populatiecohort over drie regio’s, actieve vergelijker; uitsluitend vrouwen met diabetes type 2 op een tweedelijnsmiddel, niet gewichtsbehandeling; 938 blootgestelde kinderen, auteurs achten bevestiging nodig) Cesta et al., 2024 (n=938 blootgestelde kinderen)
Na 180 dagen gebruikte 46,3 procent het middel nog, na een jaar 32,3 procent Beperkt (observationeel declaratiecohort, Verenigde Staten, startjaar 2021; geen informatie over de reden van staken) Gleason et al., 2024 (n=4.066)

Buiten de tabel gehouden, omdat het beschrijvingen of standpunten zijn en geen uitspraken over de zekerheid van een verband: vertraagde maagontlediging als integraal onderdeel van de werking (Jalleh et al., 2024); het overzicht van de stand van zaken rond zwangerschap, met de beschreven onbedoelde zwangerschappen tijdens gebruik en het advies anticonceptie te gebruiken (Drummond et al., 2025); het pleidooi om staken als risicovol overgangsmoment te behandelen (Shah et al., 2026). Alle drie zijn narratieve reviews of beschouwingen zonder effectmaat. Het bronbestand voerde er al terecht geen bewijsniveau bij. Evenmin in de tabel: dat de Europese productinformatie geen ontwenningsverschijnselen beschrijft. Dat is een vaststelling over die bron en geen uitspraak over een effect.

Twee labels vervallen wegens categoriefout, één omgezet, één opgewaardeerd in strengheid. De aanduiding VOORLOPIG stond tweemaal bij de mededeling dat er geen vergelijkend onderzoek naar afbouwen bestaat en dat leefstijlmaatregelen na staken niet zijn onderzocht. Dat zijn uitspraken over de literatuur en niet over een effect; ze kunnen geen bewijsgradatie dragen, en het niveau VOORLOPIG bestaat niet in de toegestane reeks. De mededelingen staan onveranderd in de tekst.

Omgezet: BEPERKT bij het persistentiecohort is Beperkt geworden, wat het toegestane niveau met dezelfde strekking is.

Bijgesteld: de twee bevindingen uit de STEP 1-verlengingsfase droegen in het bronbestand het label STERK. Dat is hier Redelijk geworden. De analyses waren verkennend, de deelgroep was geselecteerd op locatie en op voltooiing, en de leefstijlbegeleiding stopte tegelijk met het middel. Een niveau dat gelijkstaat aan dat van de twee gelote staakstudies is daarvoor niet verdedigbaar, en het verschil in bewijskracht tussen die twee soorten onderzoek is precies wat deze pagina wil laten zien.

Disclaimer

Dit artikel beschrijft wat er in gepubliceerd onderzoek is gemeten over de periode na het staken van afslankmedicatie. Het is geen afbouwschema en geen individueel medisch advies. Stoppen, afbouwen of aanpassen van voorgeschreven medicatie hoort uitsluitend via je huisarts of specialist te lopen. Bij een zwangerschapswens, ernstige bijwerkingen of een geplande operatie of endoscopie: neem contact op met je arts. Voor individueel voedings- of trainingsadvies: NVD-diëtist of KNGF-fysiotherapeut. Bijwerkingen kun je melden bij Bijwerkingencentrum Lareb (lareb.nl). Recalora levert onderzoekssynthese, heeft geen commerciële relatie met fabrikanten of klinieken en is geen aanbieder van receptgeneesmiddelen.

Over dit artikel

Samengesteld door Ronald de Jong, redacteur onderzoekssynthese bij Recalora. Deze content is een wetenschappelijke synthese, geen persoonlijk medisch advies. Raadpleeg je arts bij klachten.

Van de redacteur: in de verlengingsfase van STEP 1 stopte op week 68 niet alleen het middel maar ook de leefstijlbegeleiding. Die zin staat in de publicatie en ik ben hem in geen enkele Nederlandse weergave van het twee-derde-cijfer tegengekomen. Het is precies het detail dat bepaalt wat het cijfer betekent. Ik heb er in dit artikel daarom een eigen alinea aan gegeven in plaats van een voetnoot.

Voor het laatst geactualiseerd: 2026-09 (redactionele actualisatiecyclus, dit is geen medische reviewdatum). Dit artikel is niet klinisch gereviewd. Onze werkwijze en bronselectie staan op /methodologie/.

Veelgestelde vragen

Wat gebeurt er in je lichaam als je stopt met afslankmedicatie?
De werking van het middel valt weg: je maag loopt sneller leeg dan tijdens de behandeling en je zit minder lang vol. Daardoor komt de trek terug en beweegt het gewicht mee. In de verlengingsfase van STEP 1 keerden ook bloeddruk, bloedvetten en bloedsuikerwaarden grotendeels terug richting de uitgangswaarde (Wilding et al., 2022).
Komt het gewicht na het stoppen helemaal terug?
Gemiddeld niet alles. De enige meting komt uit de verlengingsfase van STEP 1 bij 327 van de 1.961 deelnemers. In de 52 weken na het staken, toen ook de begeleiding was gestopt, bleef netto ongeveer een derde van het verlies behouden (Wilding et al., 2022). Rond dat gemiddelde zit een grote spreiding.
Hoe verloopt het afbouwen, en wie bepaalt het tempo?
Het tempo bepaalt de arts die je recept beheert. Er is geen onderzoek dat afbouwschema's heeft vergeleken, dus elk schema dat je online tegenkomt rust niet op vergelijkend bewijs. Bespreek liever óf stoppen aan de orde is dan in welk tempo.
Komt je eetlust meteen terug als je stopt met de afvalprik?
Meestal niet meteen: de eerste dagen merk je weinig, want deze middelen blijven dagenlang werken. Zodra het middel is uitgewerkt komt de eetlust naar verwachting terug. De remming van de maaglediging hoort bij de werking (Jalleh et al., 2024), maar hoe snel het herstel gaat is nergens gemeten.
Moet je deze medicatie voor altijd blijven gebruiken?
Dat is een gezamenlijke beslissing met je arts en geen vaststaand gegeven. Wat het onderzoek laat zien is dat het effect aan de behandeling vastzit: doorbehandelen hield het verlies vast, staken niet (Rubino et al., 2021; Aronne et al., 2024). Er zijn ook goede redenen om wél te stoppen.
Wat gebeurt er met je bloedsuiker als je stopt?
In de verlengingsfase van STEP 1 keerden de bloedsuikerwaarden op week 120 terug richting de uitgangswaarde (Wilding et al., 2022). Dat is de enige directe meting, uit een populatie zonder diabetes; bij diabetes is monitoring een gesprek met je behandelaar.

Bronnen

  1. Wilding JPH, Batterham RL, Davies M, Van Gaal LF, Kandler K, Konakli K, Lingvay I, McGowan BM, Oral TK, Rosenstock J, Wadden TA, Wharton S, Yokote K, Kushner RF (2022). Weight regain and cardiometabolic effects after withdrawal of semaglutide: The STEP 1 trial extension. Diabetes, Obesity and Metabolism. 24(8):1553-1564. · PMID: 35441470 [Verlengingsfase van RCT, n=327 van 1.961, verkennende analyses, zonder diabetes] bron
  2. Rubino D, Abrahamsson N, Davies M, Hesse D, Greenway FL, Jensen C, Lingvay I, Mosenzon O, Rosenstock J, Rubio MA, Rudofsky G, Tadayon S, Wadden TA, Dicker D (2021). Effect of Continued Weekly Subcutaneous Semaglutide vs Placebo on Weight Loss Maintenance in Adults With Overweight or Obesity: The STEP 4 Randomized Clinical Trial. JAMA. 325(14):1414-1425. · PMID: 33755728 [Gelote, dubbelblinde staakstudie, n=803, 68 weken, zonder diabetes] bron
  3. Aronne LJ, Sattar N, Horn DB, Bays HE, Wharton S, Lin WY, Ahmad NN, Zhang S, Liao R, Bunck MC, Jouravskaya I, Murphy MA (2024). Continued Treatment With Tirzepatide for Maintenance of Weight Reduction in Adults With Obesity: The SURMOUNT-4 Randomized Clinical Trial. JAMA. 331(1):38-48. · PMID: 38078870 [Gelote staakstudie, n=670, 52 weken na open-label inloop, zonder diabetes] bron
  4. Wilding JPH, Batterham RL, Calanna S, Davies M, Van Gaal LF, Lingvay I, McGowan BM, Rosenstock J, Tran MTD, Wadden TA, Wharton S, Yokote K, Zeuthen N, Kushner RF (2021). Once-Weekly Semaglutide in Adults with Overweight or Obesity (STEP 1). New England Journal of Medicine. 384(11):989-1002. · PMID: 33567185 [RCT, dubbelblind, n=1.961, 68 weken, zonder diabetes] bron
  5. Lincoff AM, Brown-Frandsen K, Colhoun HM, Deanfield J, Emerson SS, Esbjerg S, Hardt-Lindberg S, Hovingh GK, Kahn SE, Kushner RF, Lingvay I, Oral TK, Michelsen MM, Plutzky J, Tornøe CW, Ryan DH (2023). Semaglutide and Cardiovascular Outcomes in Obesity without Diabetes (SELECT). New England Journal of Medicine. 389(24):2221-2232. · PMID: 37952131 [RCT, dubbelblind, n=17.604, ≥45 jaar, mét bestaande hart- en vaatziekte, zonder diabetes] bron
  6. Ryan DH, Lingvay I, Deanfield J, Kahn SE, Barros E, Burguera B, Colhoun HM, Cercato C, Dicker D, Horn DB, Hovingh GK, Jeppesen OK, Kokkinos A, Lincoff AM, Meyhöfer SM, Oral TK, Plutzky J, van Beek AP, Wilding JPH, Kushner RF (2024). Long-term weight loss effects of semaglutide in obesity without diabetes in the SELECT trial. Nature Medicine. 30(7):2049-2057. · PMID: 38740993 [Vooraf gespecificeerde analyse van RCT, 208 weken, onder doorlopende behandeling] bron
  7. Jalleh RJ, Rayner CK, Hausken T, Jones KL, Camilleri M, Horowitz M (2024). Gastrointestinal effects of GLP-1 receptor agonists: mechanisms, management, and future directions. The Lancet Gastroenterology & Hepatology. 9(10):957-964. · PMID: 39096914 [Personal View, geen effectmaat] bron
  8. Drummond RF, Seif KE, Reece EA (2025). Glucagon-like peptide-1 receptor agonist use in pregnancy: a review. American Journal of Obstetrics and Gynecology. 232(1):17-25. · PMID: 39181497 [Narratieve review, geen effectmaat] bron
  9. Shah E, AlShiab R, Abdo A, Ozbek L, Covic A, Kanbay M (2026). Clinical Management of Weight Regain and Cardiometabolic Consequences After Discontinuation of GLP-1 Receptor Agonists. Diabetes, Obesity and Metabolism. 28(6):4546-4558. · PMID: 41889156 [Narratieve review, uitsluitend als kaderstelling gebruikt, geen getallen overgenomen] bron
  10. Sen S, Potnuru PP, Hernandez N, Goehl C, Praestholm C, Sridhar S, Nwokolo OO (2024). Glucagon-Like Peptide-1 Receptor Agonist Use and Residual Gastric Content Before Anesthesia. JAMA Surgery. 159(6):660-667. · PMID: 38446466 [Prospectieve cross-sectionele studie met echografie van de maag, n=124, één centrum, elektieve ingrepen onder anesthesie] bron
  11. Cesta CE, Rotem R, Bateman BT, Chodick G, Cohen JM, Furu K, Gissler M, Huybrechts KF, Kjerpeseth LJ, Leinonen MK, Pazzagli L, Zoega H, Seely EW, Patorno E, Hernández-Díaz S (2024). Safety of GLP-1 Receptor Agonists and Other Second-Line Antidiabetics in Early Pregnancy. JAMA Internal Medicine. 184(2):144-152. · PMID: 38079178 [Observationele populatiecohortstudie, vier Noordse landen plus Verenigde Staten en Israël, 938 GLP-1-blootgestelde kinderen, uitsluitend vrouwen met diabetes type 2 op tweedelijnsbehandeling, actieve vergelijker insuline] bron
  12. Gleason PP, Urick BY, Marshall LZ, Friedlander N, Qiu Y, Leslie RS (2024). Real-world persistence and adherence to glucagon-like peptide-1 receptor agonists among obese commercially insured adults without diabetes. Journal of Managed Care & Specialty Pharmacy. 30(8):860-867. · PMID: 38717042 [Observationeel declaratiecohort, n=4.066, Verenigde Staten, startjaar 2021] bron
  13. European Medicines Agency. Productinformatie GLP-1-geneesmiddelen. [Registratiedocumenten en productinformatie] bron
  14. College ter Beoordeling van Geneesmiddelen. [Registratieautoriteit NL] bron
  15. Farmacotherapeutisch Kompas. [Voorschrijfkader NL] bron
  16. Bijwerkingencentrum Lareb. [Meldpunt bijwerkingen NL] bron
  17. Nederlands Huisartsen Genootschap. [Richtlijnen huisartsgeneeskunde] bron
  18. Partnerschap Overgewicht Nederland. Richtlijn Overgewicht en Obesitas bij volwassenen. [Multidisciplinaire richtlijn] bron
  19. Voedingscentrum. [Voedingsadvies algemeen publiek] bron
Hoe dit artikel tot stand kwam
  • De bronnen zijn peer-reviewed studies, richtlijnen en de officiële productinformatie. Elke bron staat hierboven, met PMID of DOI waar die bestaat.
  • Elke bewering over een effect krijgt een bewijsniveau: sterk, redelijk, wisselend of beperkt. Nooit hoger dan de bron draagt.
  • Bronnen met een PMID of DOI zijn vóór publicatie nagekeken in de originele database. Een bron die daar niet bestaat, haalt de pagina niet.

Recalora wordt niet medisch gereviewd, en de samensteller is geen arts. Hoe wij werken

Samengesteld door Ronald de Jong · Redacteur onderzoekssynthese