Recalora verkoopt geen GLP-1-medicatie en heeft geen commerciële binding met farmaceutische fabrikanten. Deze content is voorlichtend en vervangt geen consult met je huisarts, internist of endocrinoloog.Recalora verkoopt geen GLP-1-medicatie en heeft geen commerciële binding met farmaceutische fabrikanten. Deze content is voorlichtend en vervangt geen consult met je huisarts, internist of endocrinoloog. Hoe wij werken

Afslankmedicatie

Eiwit tijdens afslankmedicatie: welke drempel het bewijs werkelijk draagt

Educatief, geen medisch advies. Recalora verkoopt geen medicatie.

Volledige toelichting

Dit artikel is educatief van aard. Afslankmedicatie is in Nederland uitsluitend op recept verkrijgbaar via huisarts, internist of endocrinoloog. Recalora verkoopt geen afslankmedicatie en heeft geen commerciële binding met farmaceutische fabrikanten. Deze content is voorlichtend en vervangt geen consult met je huisarts, internist of endocrinoloog. Wijzig nooit zelfstandig je dosering.

Snel antwoord

Voor eiwit tijdens afslankmedicatie ligt de ondergrens op 1,0 gram per kilo lichaamsgewicht per dag en het streefpunt op 1,3 gram. Die getallen komen uit een meta-analyse van 47 gerandomiseerde onderzoeken bij volwassenen die zonder deze medicatie afvielen (Kokura et al., 2024). Een inname boven 1,3 gram hing samen met behoud van spiermassa, maar op kracht vond dezelfde analyse geen aantoonbaar effect. Je maag houdt eten langer vast, dus je eiwit zakt ongemerkt mee met kleinere porties. Eet daarom het eiwitdeel eerst. Bij een verminderde nierfunctie overleg je met je arts voordat je meer eiwit eet.

Snelle samenvatting

  • Een inname boven 1,3 g/kg/dag hangt samen met behoud van spiermassa. Onder 1,0 gram is het risico op afname verhoogd.
  • Op kracht gaf meer eiwit geen aantoonbaar effect. Dat staat in dezelfde meta-analyse als de drempel.
  • De 1,6 gram die rondgaat is geen doel. Het is een plafond, gemeten bij mensen die niet afvielen.
  • Een gram per kilo is zonder de kilo geen getal. De samenvatting van de meta-analyse noemt geen gewicht; wij rekenen met je huidige gewicht.
  • Bij ernstige nierziekte geldt het omgekeerde. Overleg dan eerst met je arts.

Waarom je eiwit wegzakt zonder dat je het merkt

Je eiwit zakt weg omdat het meegaat met alles wat je minder eet. Je bord ziet er nog hetzelfde uit en er gaat de helft van af. De weegschaal beloont je daarvoor.

Eten ligt langer in je maag en het signaal dat je vol zit blijft langer staan. Daardoor stop je bij een portie die je vóór je behandeling vanzelf opat al na een derde. Eiwit zit verspreid over die portie en niet in een apart hoekje van je bord, dus zakt het mee. Halveer je je porties zonder de samenstelling te veranderen, dan halveer je ook je eiwitinname. Dat is rekenwerk en geen onderzoeksbevinding. Er hoort dan ook geen bewijsniveau bij.

De vervelende samenloop zit in de richting van de twee getallen. Om spier vast te houden heb je tijdens een energietekort eerder meer eiwit nodig dan minder, terwijl er in je maag juist minder past. In een review over afvallen bij topsporters staat dat veel onderzoek tijdens een energietekort een inname boven de basisnorm steunt (Hector en Phillips, 2018). De spanning tussen meer nodig hebben en minder kunnen eten los je niet op door aan tafel harder je best te doen.

De weegschaal laat wel zien of je genoeg eet. Wat hij niet laat zien is hoeveel eiwit er in de kleinere portie moet zitten en op welk gewicht je dat getal berekent. Die tweede helft komt in de meeste Nederlandse uitleg niet voor.

Wat er van je spiermassa af gaat als je niets doet

Doe je niets, dan verlies je naast vet ook vetvrije massa, waaronder spier: in de trials ging het om een kwart tot ruim een derde van het verloren gewicht. Die verhouding is inmiddels in een reeks onderzoeken gemeten. Je merkt het misschien na een paar maanden aan een volle boodschappentas die zwaarder aanvoelt dan vorig jaar. Dat is geen inbeelding.

Die cijfers komen uit een systematische review en meta-analyse van twintig gerandomiseerde onderzoeken met 15.782 deelnemers, waarin de lichaamssamenstelling met DXA of MRI werd gemeten. In die onderzoeken vormde vetvrije massa onder incretinemedicatie per middel 25 tot 39 procent van het verloren gewicht. Bij leefstijlinterventie alleen was dat 26,2 procent (24,1 tot 28,3), een verschil met de middelen dat niet statistisch significant was (p=0,42). Bij leefstijl met krachttraining lag het aandeel op 17,5 procent (14,2 tot 20,8), maar dat is een vergelijking tussen armen van verschillende onderzoeken en geen directe toets (Eisa en Barood, 2026).

Die p-waarde betekent dat medicatie en leefstijl alleen niet aantoonbaar verschilden in die verhouding. De samenstelling van wat je verliest verandert dus niet aantoonbaar door het middel. Wat wel verandert is het tempo: onder deze behandeling gaat het gewicht sneller omlaag, waardoor een vergelijkbare verhouding zich over minder weken voltrekt. Je hebt dus niet een ander probleem dan iemand die anders afvalt, alleen minder tijd om erop te reageren.

Eén trial bevestigt dat beeld van binnenuit. Een DXA-substudie volgde 160 van de 2.539 deelnemers aan SURMOUNT-1 over 72 weken. Van het verloren gewicht bestond ongeveer 75 procent uit vet en 25 procent uit vetvrije massa, in de behandelarm en de placebo-arm gelijk (Look et al., 2025). Over een ander middel uit deze groep is de spreiding tussen onderzoeken veel groter: een systematische review van zes onderzoeken met 1.541 deelnemers vond aandelen van bijna nul tot veertig procent (Bikou et al., 2024). Deze twee cijfers meten niet hetzelfde. Het cijfer van een kwart komt uit één trial met één meetmethode. Het bereik van bijna nul tot veertig procent is een spreiding tussen studies met uiteenlopende methodes en looptijden.

Goed om te weten

Het gemiddelde geeft richting en geen uitkomst. Een aandeel van een kwart tot een derde zegt wat er in die trialgroepen gebeurde en niet hoeveel spier jij verliest, want dat hangt af van je uitgangspunt, je leeftijd, wat je eet en of je traint. Wat het getal wél doet is de volgorde bepalen: eiwit en krachttraining regelen aan het begin van je traject kost minder moeite dan spiermassa terugwinnen aan het eind ervan.

Zonder tegenwicht wordt dit alarmistischer dan het bewijs toestaat. Een overzichtsartikel betoogt dat spierkwaliteit een betere voorspeller is van functioneren en sterfte dan absolute spiermassa en dat deze middelen die kwaliteit mogelijk verbeteren terwijl de massa daalt (Bolte et al., 2025). Dat is een beschouwing en geen effectmeting, dus er hoort geen bewijsniveau bij. Wat er breder over bekend is staat bij spierverlies bij gewichtsverlies.

Let op: een deel van deze middelen is geregistreerd voor type-2-diabetes en niet voor gewichtsverlies. Gebruik daarvoor valt dan buiten de EMA-goedgekeurde indicatie en heet off-label. Een voorschrijvend arts beoordeelt per persoon of dat medisch passend is. Andere middelen uit deze groep zijn wél geregistreerd voor gewichtsmanagement bij obesitas. Welk middel voor jou geldt, staat in je eigen bijsluiter.

Hoeveel je nodig hebt en op welk gewicht je dat rekent

Voor jouw situatie is 1,3 gram per kilo van je huidige gewicht het best onderbouwde getal, met 1,0 gram als ondergrens. Zoek je online, dan vind je er tien, van 0,83 tot 2,4 gram per kilo. Die spreken elkaar niet tegen, want ze zijn bij verschillende mensen gemeten en beantwoorden verschillende vragen. Minstens zo belangrijk als het getal is het gewicht waarmee je het vermenigvuldigt.

Twee gekleurde vlakken op een as van eiwitinname in gram per kilo lichaamsgewicht per dag. Ondergrens tot 1,0: hieronder hangt de inname samen met meer verlies. Streefpunt vanaf 1,3: hierboven hangt de inname samen met behoud van spiermassa. Band met pil Redelijk: op kracht vond dezelfde analyse geen aantoonbaar effect; de drempels zijn een schatting van de auteurs, uit onderzoek zonder deze medicatie (Kokura et al., 2024). Meta-analyse van 47 gerandomiseerde onderzoeken bij volwassenen die zonder deze medicatie afvielen.
Waar de drempel ligt en wat hij niet dekt
Recalora

Het scherpste cijfer en wat het wel en niet dekt

Het scherpste cijfer is de eiwitdrempel uit een systematische review en meta-analyse van 47 gerandomiseerde onderzoeken met 3.218 deelnemers, allemaal volwassenen met overgewicht of obesitas die gewicht verloren. Die drempel dekt spiermassa maar niet kracht. De analyse van spiermassa omvatte 28 onderzoeken met 1.989 deelnemers (Kokura et al., 2024).

  • Een hogere eiwitinname remde significant de daling van spiermassa, met een gestandaardiseerd gemiddeld verschil van 0,75 (95% BI 0,41 tot 1,10; p<0,001) (Kokura et al., 2024)
  • Een inname boven 1,3 gram per kilo per dag hangt volgens de schatting van de auteurs samen met behoud van spiermassa; onder 1,0 gram is het risico op afname verhoogd (Kokura et al., 2024)
  • Een hogere eiwitinname gaf geen aantoonbaar effect op spierkracht en fysiek functioneren; het verschil was niet significant (Kokura et al., 2024)

De auteurs beoordeelden het risico op vertekening in de onderliggende onderzoeken als uiteenlopend van laag tot hoog. Dat is geen reden om de drempel te negeren maar wel om hem niet als precisiegetal te lezen. Ergens tussen 1,0 en 1,3 gram ligt een overgang. De precieze plek valt uit deze literatuur niet af te lezen. Voor jouw dag betekent dat: 1,0 gram per kilo is de bodem waaronder je niet wilt zakken en 1,3 is de plek waar je wilt uitkomen.

De nulbevinding op kracht verandert wat het advies waard is. Meer eiwit hield in dit onderzoek de massa vast, maar veranderde niet aantoonbaar wát mensen met die massa konden. Dat is een ongemakkelijk resultaat, omdat de reden waarom je om spiermassa geeft meestal functioneel is: traplopen, tillen, overeind komen uit een lage stoel. Zet je eiwit in om sterker te blijven, dan vraag je daarmee meer van dit bewijs dan het draagt. Voor kracht wijst het bewijs naar training. Hoe je dat aanpakt staat bij krachttraining tijdens je behandeling.

Goed om te weten

“Niet significant” is niet hetzelfde als “geen effect”: een klein of traag effect kan in zo’n analyse onzichtbaar blijven. Wat je eruit mag lezen: eiwit alléén is geen aangetoonde krachtstrategie. Wat je er niet uit mag lezen: dat eiwit voor kracht niets doet.

De bovengrens die als streefwaarde wordt verkocht

Op veel verpakkingen staat 1,6 gram per kilo, maar dat is een bovengrens en geen streefwaarde. Het getal is echt gemeten, maar het betekent iets anders dan er staat. Het komt uit een meta-analyse van 49 onderzoeken met 1.863 gezonde volwassenen die krachttraining deden en niet in een gewichtsverliestraject zaten. Eiwitsuppletie verhoogde daar de vetvrije massa met 0,30 kg (95% BI 0,09 tot 0,52). Boven een totale inname van ongeveer 1,62 gram per kilo per dag leverde verdere suppletie geen extra winst op. Het effect nam af met de leeftijd en was groter bij mensen met trainingservaring (Morton et al., 2018).

In de publicatie staat dus “hierboven levert meer niets extra’s op”. Op een pakshot staat “1,6 gram per kilo voor optimaal spierbehoud”. Dat is de omkering van een bovengrens in een streefwaarde, uitgevoerd door de populatie weg te laten. Precies die afbakening sneuvelt het eerst zodra een cijfer het internet op gaat. Voor jou is de praktische consequentie klein en geruststellend: hoger mikken dan 1,3 is niet verboden en het is bij een kleinere maag ook niet de moeite die je erin steekt.

De tabel: negen situaties, negen getallen

Situatie Aanbeveling Bron
Nederlandse basisnorm, gezonde volwassenen 0,83 g/kg/dag Gezondheidsraad, Voedingsnormen 2021
Veganistisch eetpatroon 1,08 g/kg/dag Gezondheidsraad, via Voedingscentrum
Gewichtsverlies bij overgewicht of obesitas boven 1,3 g/kg/dag; onder 1,0 verhoogd risico Kokura et al., 2024
Gewichtsverlies onder GLP-1- of incretine-therapie 1,0 tot 1,5 g/kg aangepast lichaamsgewicht per dag, minimaal 60 g per dag EASO, EFAD en ECPO-consensus; Dobbie et al., 2026
65-plussers, algemeen 1,0 tot 1,2 g/kg/dag PROT-AGE, Bauer et al., 2013
65-plussers die actief zijn 1,2 g/kg/dag of meer PROT-AGE, Bauer et al., 2013
65-plussers met acute of chronische ziekte 1,2 tot 1,5 g/kg/dag PROT-AGE, Bauer et al., 2013
Eliteatleten in gewichtsverlies 1,6 tot 2,4 g/kg/dag Hector en Phillips, 2018
Plafond bij krachttraining zonder gewichtsverlies ongeveer 1,62 g/kg/dag Morton et al., 2018

Een uitzondering voor je veiligheid. PROT-AGE maakt een expliciete uitzondering voor ouderen met ernstige nierziekte, gedefinieerd als een geschatte GFR onder 30 ml/min/1,73 m² en niet aan de dialyse. Zij moeten de eiwitinname mogelijk juist beperken (Bauer et al., 2013). Weet je niet hoe je nierfunctie ervoor staat, overleg dan met je arts voordat je je inname verhoogt.

Elke regel in de tabel hoort bij een andere populatie. Er bestaat geen eiwitgetal dat los van een groep en een vraag betekenis heeft. Kom je online een cijfer tegen zonder die twee erbij, dan mist er informatie die het getal draagt.

De noemer: waarmee vermenigvuldig je eigenlijk

Wij vermenigvuldigen met je huidige gewicht. Van de drie kaders hier noemt alleen de Europese consensus met welk gewicht ze rekent: een aangepast gewicht en niet dat op je weegschaal. Op geen enkele Nederlandse pagina staan ze naast elkaar. Dat verschil lijkt muggenzifterij, maar een gram per kilo is zonder de kilo geen getal. Er hangt van af of dit cijfer over jou gaat.

Bij de drempel van 1,3 en 1,0 staat het gewicht er niet bij. De samenvatting van Kokura spreekt van gram per kilo per dag en zegt niet met welk gewicht (Kokura et al., 2024). Wij nemen het getal op je weegschaal van vanochtend omdat dat de gewone lezing van ‘per kilo’ is en je het zelf kunt aflezen. Dat is een keuze van de redactie en geen gegeven uit de meta-analyse. Weeg je 95 kilo, dan is 1,3 gram per kilo ongeveer 124 gram eiwit per dag. Naarmate je afvalt zakt dat bedrag mee, wat betekent dat je de som elke tien kilo opnieuw maakt.

De Europese consensusband van 1,0 tot 1,5 rekent met aangepast lichaamsgewicht. Dat is het gewicht dat bij een BMI van 25 hoort, plus een derde van het verschil met wat je nu weegt (Dobbie et al., 2026). Voor iemand van 100 kilo bij 1,75 meter komt dat uit op ongeveer 84 kilo. Diezelfde persoon zit met 1,5 gram per kilo aangepast gewicht dus rond de 126 gram per dag, wat ongeveer 1,26 gram is per kilo van het gewicht op de weegschaal. De consensus noemt daarnaast een ondergrens van 60 gram per dag.

Zet die twee naast elkaar en je ziet waarom verwarring hier duur is. Twee getallen die op elkaar lijken staan op een andere noemer. Wie ze door elkaar haalt zit tientallen grammen mis. In het gunstige geval eet je meer dan nodig. In het ongunstige geval denk je dat je ruim zit terwijl je onder de bodem van 1,0 gram op je huidige gewicht bivakkeert.

Bij de band die je het vaakst tegenkomt staat de noemer er niet bij. Een narratieve review over medische voeding in het tijdperk van deze medicatie stelt een praktijkkader voor van dagelijks minstens 1,2 gram per kilo, tot 1,6 gram bij geschikte volwassenen zonder chronische nierziekte (Arslan, 2026). Diezelfde review noemt richtwaarden per maaltijd van ongeveer 0,3 tot 0,4 gram per kilo en ongeveer 2,5 tot 3 gram leucine. Een narratieve review vat literatuur samen zonder systematische zoekstrategie of gepoolde analyse, dus het kader is bruikbaar als richting en draagt geen bewijsniveau. En bij dit bereik stelt de bron niet vast met welk gewicht je rekent. Huidig, aangepast of streefgewicht: het staat er niet. Wij vullen het hier ook niet in, want wij gebruiken dit bereik niet als advies.

Reken in de praktijk met 1,3 gram per kilo van je huidige gewicht. Kom je een ander getal tegen, zoek dan eerst de noemer op voordat je je eigen som aanpast.

Waarom de Nederlandse norm zoveel lager uitkomt

De Nederlandse norm komt lager uit omdat hij een andere vraag beantwoordt: hoeveel eiwit een gezonde volwassene die niet afvalt nodig heeft om geen tekort te krijgen. Misschien wijst iemand je op het Voedingscentrum en vraagt hij waarom je moeilijk doet over 130 gram, want daar staat 0,83. Dat cijfer klopt, maar het is een ander soort getal dan de drempel hierboven.

Vergelijking van de Nederlandse eiwitnorm met het internationale PROT-AGE-advies voor ouderen. De Gezondheidsraad komt uit op 0,83 gram per kilo per dag, ook voor ouderen, en beantwoordt daarmee de vraag hoeveel vrijwel iedereen minimaal nodig heeft. De PROT-AGE-groep van de European Union Geriatric Medicine Society adviseert voor 65-plussers gemiddeld minstens 1,0 tot 1,2 gram per kilo per dag, meer bij wie beweegt, en 1,2 tot 1,5 gram per kilo per dag bij acute of chronische ziekte; die groep beantwoordt de vraag hoeveel er nodig is om spiermassa te behouden op leeftijd. PROT-AGE maakt een uitzondering voor ouderen met ernstige nierziekte, die de inname mogelijk juist moeten beperken en dat met hun arts overleggen. Het verschil tussen beide normen zit in de definitie en niet in de data.
Twee normen, twee vragen
Recalora

De Gezondheidsraad stelt de eiwitbehoefte van gezonde volwassenen op 0,83 gram per kilo per dag en houdt datzelfde getal aan voor ouderen. Voor veganisten geldt een opslag van dertig procent, dus 1,08 gram. Het Voedingscentrum voegt daaraan toe dat kwetsbare of ondervoede ouderen meer nodig kunnen hebben. In de productinformatie van deze medicatie staat over eiwit niets. Dat is geen omissie maar een gevolg van wat zo’n document is: registratietekst over een geneesmiddel, geen voedingsadvies.

De PROT-AGE-groep van de European Union Geriatric Medicine Society komt voor 65-plussers uit op gemiddeld minstens 1,0 tot 1,2 gram per kilo per dag. Wie beweegt zit hoger. Bij acute of chronische ziekte geldt 1,2 tot 1,5 gram (Bauer et al., 2013). Dat is bijna vijftig procent verschil met de Nederlandse norm en toch is er geen ruzie tussen instanties. Waar dat getal precies ligt, hangt af van welke vraag je stelt. Die twee vragen worden vaak door elkaar gehaald.

Wat de Gezondheidsraad berekent is hoeveel eiwit de gezonde bevolking gemiddeld nodig heeft om geen tekort te krijgen. Dat is een ondergrens en ze is bedoeld voor iemand die niet afvalt. PROT-AGE beantwoordt de vraag hoeveel er nodig is om spiermassa en functie actief te behouden of terug te winnen. Dat is een streefwaarde. Beide kloppen binnen hun eigen kader, dus het verschil tussen 0,83 en 1,2 gram zegt niets over wie er gelijk heeft.

En dus verschuift de vraag zodra jij in een fors energietekort komt. Je zit dan dichter bij de vraag van PROT-AGE dan bij die van de Gezondheidsraad, ook als je nog geen 65 bent, omdat afvallen op zichzelf al een risico op verlies van spiermassa meebrengt (Kokura et al., 2024). De Gezondheidsraad zit er niet naast. De vraag die zij beantwoordt is alleen niet meer jouw vraag.

Waar je het vandaan haalt als je portie klein is

Met een kleine portie haal je je eiwit het makkelijkst uit bronnen die veel eiwit per hap leveren. Een getal van 130 gram eiwit zegt weinig totdat je ziet hoe dat op een bord past. In de tabel is daarom niet de eiwitkolom de interessantste maar de portiekolom.

Overzicht van eiwitbronnen met het eiwitgehalte per gangbare portie. Magere kwark 250 gram levert ongeveer 25 gram eiwit, skyr of Griekse yoghurt 200 gram 18 tot 22 gram, twee eieren 12 gram, wei-eiwitpoeder 30 gram 22 tot 25 gram, kipfilet 100 gram 25 gram, zalm of makreel 100 gram 22 gram, tonijn in water 100 gram 25 gram, tempé 100 gram 19 gram, gekookte linzen of kikkererwten 100 gram 9 gram en hüttenkäse 100 gram 12 gram. Gehalten zijn afrondingen op basis van het Nederlands Voedingsstoffenbestand. Het knelpunt zit in de portiekolom: de drempel gaat omhoog terwijl de maaginhoud omlaag gaat.
Wat er per portie in zit
Recalora
Bron Portie Eiwit, ongeveer Praktische opmerking
Magere kwark 250 g 25 g Groot volume, goed bij normale eetlust
Skyr of Griekse yoghurt 200 g 18 tot 22 g Idem, iets compacter
Eieren 2 stuks 12 g Volledig aminozuurprofiel
Wei-eiwitpoeder 30 g 22 tot 25 g Vangnet bij kleine porties
Kipfilet 100 g 25 g Mager
Zalm of makreel 100 g 22 g Levert ook omega-3-vetzuren
Tonijn in water 100 g 25 g Praktisch, lang houdbaar
Tempé 100 g 19 g Plantaardig, volledig
Linzen of kikkererwten, gekookt 100 g 9 g Combineer met granen
Hüttenkäse 100 g 12 g Mager

Gehalten zijn afrondingen op basis van de productcategorieën in het Nederlands Voedingsstoffenbestand (RIVM, NEVO). Kijk voor een specifiek product de exacte waarde na op het etiket.

Bijna alles in deze lijst vraagt een portie die je met een kleine eetlust niet wegkrijgt. Voor de meeste mensen op deze medicatie is 250 gram kwark eenvoudigweg te veel. Het loont dus om te zoeken naar de dichtste bronnen per hap: 100 gram kipfilet levert evenveel als 250 gram kwark bij minder dan de helft van het volume.

Eet je volledig plantaardig, dan ligt je getal hoger. Het Voedingscentrum meldt dat plantaardige eiwitbronnen soms minder essentiële aminozuren bevatten of minder goed verteerbaar zijn. Daarom adviseert de Gezondheidsraad veganisten dertig procent meer eiwit, dus 1,08 gram per kilo per dag. Peulvruchten zijn rijk aan lysine en arm aan methionine, terwijl granen precies andersom zitten. Combineer die twee over de dag en het profiel vult zichzelf aan, zonder dat je binnen één maaltijd hoeft te puzzelen.

Wat je doet als het gewoon niet lukt

Lukt het niet, pas dan de vorm en het ritme van je eten aan en laat het getal staan. De drempel is helder en je weet met welk gewicht je rekent, maar je maag werkt niet mee. Veel mensen komen daar ergens tussen week vier en week 24 terecht.

Beslishulp bij kleine porties of misselijkheid, in drie routes. Staat vast eten tegen, kies dan een vloeibare bron: zuivel, een shake of een soep met eiwit erin. Is de portie te groot, verhoog dan de frequentie met vaker een kleinere portie in plaats van drie volle maaltijden, en zuivel als tussendoortje. Bij smaakaversie helpt wisselen van bereiding, omdat smaakaversie zelden alle vormen tegelijk treft. Lukt het over meerdere weken structureel niet om in de buurt van 1,0 gram per kilo te komen, bespreek dat dan met je arts of een diëtist.
Als het bord te vol lijkt
Recalora

Wat mensen in de praktijk doen laat zich in vier routes vangen:

  • Vloeibare bronnen wanneer vast eten tegenstaat. Zuivel, een shake of een soep met eiwit erin gaat vaak nog wel naar binnen
  • Vaker een kleinere portie in plaats van drie volle maaltijden
  • Zuivel als tussendoortje, omdat het weinig bereiding vraagt
  • Eieren in verschillende bereidingen, omdat smaakaversie zelden alle vormen tegelijk treft

Wat die vier gemeen hebben is dat ze de drempel niet verlagen maar de weg ernaartoe verbreden. Het getal aanpassen aan wat er lukt is verleidelijk, maar het levert niets op: voor je spiermassa telt alleen wat er binnenkomt en niet waarom het minder was.

Leg het eiwitdeel als eerste op je bord en begin daarmee. Dat kost niets. Op deze medicatie is de portie eerder op dan het bord leeg is, dus wie met de aardappels begint laat de vis of de peulvruchten liggen. Hoe je verder je eetmomenten over de dag verdeelt hoort niet hier thuis, want wat je kunt eten tijdens je behandeling is een eigen vraag met een eigen literatuur.

Wat je zelf kunt doen

Reken je drempel uit en maak de som elke tien kilo opnieuw. Weeg je nu 80 kilo, dan kom je met 1,3 gram per kilo op ongeveer 104 gram eiwit per dag. Verdeel dat grofweg over je maaltijden en leg per maaltijd het eiwitdeel als eerste op je bord. Loop na een week na of je in de buurt kwam, niet met een app maar met een schatting: kwark, ei, vis, kip, peulvruchten en zuivel zijn samen doorgaans genoeg om te zien of je ver onder je getal zit.

Speelt misselijkheid de hoofdrol, dan staat de aanpak daarvan bij wat helpt tegen misselijkheid. Lukt het over meerdere weken structureel niet om in de buurt van 1,0 gram per kilo te komen, bespreek dat dan met je arts of een diëtist. Dat is geen formaliteit, want aanhoudend onder de ondergrens zitten is precies de situatie waarvoor die ondergrens is opgeschreven.

Helpt een eiwitshake

Een eiwitshake is vooral nuttig als vangnet, wanneer je je eiwit met gewoon eten niet haalt. Een overzicht van 33 systematische reviews met meta-analyse, samen gebaseerd op 441 unieke onderzoeken, keek naar eiwitsuppletie bij ouderen (Obasi et al., 2025).

  • Geen toename van spiermassa, spierkracht of fysiek functioneren door suppletie bij ouderen in het algemeen en ook niet bij gezonde ouderen (Obasi et al., 2025)
  • Wel bewijs van gemiddelde zekerheid voor ten minste kleine toenames in spiermassa en kracht bij ouderen met langdurige aandoeningen (Obasi et al., 2025)
  • De winst was zekerder wanneer er tegelijk werd bewogen (Obasi et al., 2025)
  • Bij ziekenhuispatiënten met een heupfractuur verminderde suppletie het aantal medische complicaties (Obasi et al., 2025)

Wat daar staat is dat een shake geen werkzaam middel op zichzelf is maar een manier om een tekort te dichten. Voor iemand die zijn drempel met gewoon eten al haalt voegt hij vermoedelijk weinig toe. Dat is nu net de groep waaraan het hardst wordt verkocht. Het populaire advies wijst hier de goede kant op om de verkeerde reden.

In combinatie met training ligt het anders. Een meta-analyse van 22 gerandomiseerde onderzoeken met 680 deelnemers keek naar eiwitsuppletie tijdens langdurige krachttraining, bij jongere en oudere deelnemers. De vetvrije massa nam toe met 0,69 kg (95% BI 0,47 tot 0,91) en de beenpersprestatie met 13,5 kg (6,4 tot 20,7) (Cermak et al., 2012). Dat is een argument voor de combinatie en niet voor de shake alleen.

Twee praktische randvoorwaarden horen erbij. Recalora noemt geen merken van eiwitpoeder. En zie een eiwitsupplement als aanvulling op gewoon eten en niet als vervanging, zoals de Europese consensus aanbeveelt (Dobbie et al., 2026).

Goed om te weten

Zijn je porties het knelpunt, reken een shake dan mee als de vloeibare route uit de vorige sectie. Hij gaat vaak nog naar binnen wanneer vast eten tegenstaat. Dicht je daarmee een tekort, dan zit je dichter bij de situatie waarin suppletie in het overzicht van Obasi wél iets deed.

Wat hierover niet is onderzocht

Op vier vragen is er geen antwoord uit onderzoek: of de drempel ook tijdens deze medicatie geldt, of er een aparte drempel is voor de perimenopauze, of meer eiwit ook je kracht behoudt en hoeveel leucine een Nederlandse portie bevat. Het Bewijsoverzicht onderaan geeft per bevinding het bewijsniveau. Deze vier gaten kunnen daar niet in staan.

Onderzoek naar eiwitinname specifiek tijdens deze medicatie is schaars. De Europese consensus noemt haar eigen getallen daarom pragmatisch en niet voorschrijvend (Dobbie et al., 2026). De drempel van 1,3 gram komt uit trials bij mensen die op andere manieren afvielen. Wij trekken hem door naar jouw situatie omdat het mechanisme die stap plausibel maakt. Die stap is te verdedigen, maar bewezen is hij niet.

Er is geen aparte drempel voor de perimenopauze vastgesteld. Kom je er een tegen, dan is hij niet terug te voeren op onderzoek bij die groep. Wij markeren die claim daarom bewust als onzeker in plaats van hem als feit door te geven.

Open blijft of meer eiwit ook je kracht behoudt. De reden staat hierboven bij het scherpste cijfer.

Er zijn geen geverifieerde leucinewaarden per portie in de Nederlandse voedingsdata. Het NEVO bevat ze niet, dus tabellen die ze wel geven halen ze ergens anders vandaan.

Vier gaten op één pagina is veel en het is minder dan wat er online zonder voorbehoud wordt ingevuld. Ze zijn ook niet allemaal even zwaar: het schaarse onderzoek tijdens deze medicatie raakt het kerngetal, terwijl de leucinewaarden alleen een detail in de verdeling betreffen.

Wat hiervan blijft staan

Eén meta-analyse levert twee bevindingen en er reist er in Nederland maar één (Kokura et al., 2024). De drempel van 1,3 gram staat overal. De nulbevinding op kracht, uit precies dezelfde publicatie, staat vrijwel nergens. Dat is geen toeval: een drempel is bruikbaar en een nulbevinding lijkt dat niet. Krijg je alleen de drempel mee, dan reken je op kracht die in dat onderzoek niet aantoonbaar meekwam.

Met het woord aanbeveling gaat iets vergelijkbaars mis. Van de negen regels in de tabel hierboven gaat er precies één over jouw situatie, terwijl de rest ondergrenzen voor de bevolking zijn, streefwaarden voor ouderen, een plafond bij krachttrainers en adviezen voor topsporters. Ze circuleren alle negen door elkaar als “de eiwitaanbeveling”. Het verschil tussen 0,83 en 2,4 gram is meer dan een verdrievoudiging.

Bij de eiwitshake moest ik mijn verwachting bijstellen: ik ging ervan uit dat het bewijs daarvoor sterker zou zijn dan het is. De uitkomst is bescheidener en tegelijk bruikbaarder, want suppletie lijkt vooral iets te doen bij wie met gewoon eten tekortkomt, zoals iemand met halve porties op tafel.

Wat onbeslist blijft is of de drempel zelf klopt voor deze medicatie. Hij is gemeten bij mensen die op andere manieren afvielen, terwijl het tempo hier hoger ligt. Nauwelijks onderzocht is of dat de behoefte verschuift. Wat de gaten wél doen is een verwachting temperen. Tot die data er zijn is 1,3 gram per kilo huidig gewicht de best beschikbare aanname. Een aanname blijft iets anders dan een meting.

Verder bij Recalora

Recalora publiceert ook uitgewerkte protocollen over voeding, spierbehoud en krachttraining tijdens je behandeling; die staan in het overzicht van afslankmedicatie.
Verwante pagina’s: wat je kunt eten tijdens je behandeling, spiermassa behouden, spierverlies bij gewichtsverlies, krachttraining tijdens je behandeling en wat helpt tegen misselijkheid.

Bewijsoverzicht

Bewijsniveaus in dit overzicht: Sterk betekent meerdere grote gerandomiseerde trials of meta-analyses. Redelijk betekent enkele goede trials of consistente observationele data. Wisselend betekent inconsistente uitkomsten tussen studies. Beperkt betekent vooral mechanistische of preklinische aanwijzingen. Volledige uitleg op de methodologie-pagina.

Bewering Bewijsniveau Bronnen
Een inname boven 1,3 gram per kilo per dag hangt samen met behoud van spiermassa; onder 1,0 gram met meer verlies Redelijk (meta-analyse van 47 RCT’s; volwassenen met overgewicht of obesitas in gewichtsverlies, geen gebruikers van deze medicatie; de drempels zijn een schatting van de auteurs) Kokura et al., 2024 (n=3.218)
Een hogere eiwitinname remde de daling van spiermassa, SMD 0,75 (95% BI 0,41 tot 1,10; p<0,001) Redelijk (spiermassa-analyse van 28 RCT’s, zelfde populatie; risico op vertekening in de onderliggende studies liep van laag tot hoog) Kokura et al., 2024 (n=1.989)
Een hogere eiwitinname gaf geen aantoonbaar effect op spierkracht en fysiek functioneren (niet significant) Redelijk (zelfde meta-analyse en populatie; een niet-significant resultaat sluit een klein of traag effect niet uit) Kokura et al., 2024
Tijdens een energietekort steunt onderzoek een eiwitinname boven de basisnorm om spiermassa vast te houden Redelijk (narratieve review die veel onderzoek naar energiebeperking samenvat; grotendeels gericht op topsporters, niet op gebruikers van deze medicatie) Hector en Phillips, 2018
Boven ongeveer 1,62 gram per kilo per dag leverde verdere eiwitsuppletie geen extra winst in vetvrije massa op; suppletie verhoogde de vetvrije massa met 0,30 kg (0,09 tot 0,52) Sterk (meta-regressie van 49 RCT’s; gezonde volwassenen die krachttraining deden en niet afvielen, dus een plafond en geen streefwaarde) Morton et al., 2018 (n=1.863)
Vetvrije massa vormde per middel 25 tot 39 procent van het verloren gewicht onder incretinemedicatie en 17,5 procent bij leefstijl met krachttraining; het verschil tussen de middelen en leefstijl alleen was niet significant, p=0,42 Redelijk (meta-analyse van 20 RCT’s, DXA of MRI; heterogeniteit I² = 68%; de vergelijking met krachttraining loopt tussen armen van verschillende onderzoeken, zonder toets in de samenvatting) Eisa en Barood, 2026 (n=15.782)
Van het verloren gewicht bestond ongeveer 75 procent uit vet en 25 procent uit vetvrije massa, in beide armen gelijk Sterk (DXA-substudie binnen een fase 3-RCT, 72 weken; 160 van 2.539 deelnemers, uitsluitend tirzepatide) Look et al., 2025 (SURMOUNT-1)
Eiwitsuppletie geeft bij ouderen in het algemeen en bij gezonde ouderen geen toename van spiermassa, kracht of functioneren; bij ouderen met langdurige aandoeningen wel kleine toenames, zekerder wanneer er tegelijk werd bewogen Sterk (overzicht van 33 systematische reviews op 441 unieke studies; populatie ouderen, niet in gewichtsverlies onder medicatie) Obasi et al., 2025
Eiwitsuppletie tijdens langdurige krachttraining verhoogde de vetvrije massa met 0,69 kg (0,47 tot 0,91) en de beenpersprestatie met 13,5 kg (6,4 tot 20,7) Sterk (meta-analyse van 22 RCT’s, jongere en oudere deelnemers, geen gewichtsverliescontext) Cermak et al., 2012 (n=680)
Het aandeel vetvrije massa in het gewichtsverlies onder semaglutide liep van bijna nul tot veertig procent Wisselend (systematische review van 6 studies met uiteenlopende meetmethodes en looptijden; bandbreedte tussen onderzoeken) Bikou et al., 2024 (n=1.541)

Buiten de tabel gehouden, omdat het aanbevelingen, definities of beschouwingen zijn en geen uitspraken over de zekerheid van een verband: de Nederlandse voedingsnorm van 0,83 gram per kilo per dag (Gezondheidsraad, 2021), het PROT-AGE-advies voor 65-plussers en de uitzondering bij een geschatte GFR onder 30 (Bauer et al., 2013), de eiwitaanbevelingen voor eliteatleten (Hector en Phillips, 2018), het praktijkkader per maaltijd uit een narratieve review (Arslan, 2026), het betoog over spierkwaliteit tegenover absolute spiermassa (Bolte et al., 2025) en de aanbeveling om een eiwitsupplement als aanvulling op gewoon eten te zien en niet als vervanging (Dobbie et al., 2026). Alle zes zijn adviezen of beschouwingen zonder eigen effectmaat.

Twee inline-labels vervallen wegens categoriefout, één is bijgesteld. Het label PRAKTIJKKADER, narratieve review bij Arslan 2026 bestaat niet in de toegestane reeks en hing bovendien aan een aanbeveling, niet aan een gemeten verband. De publicatievorm staat nu in de lopende tekst benoemd, zodat de lezer zelf kan wegen. Het label BEPERKT, andere populatie bij Hector en Phillips verviel om dezelfde reden: een aanbeveling voor eliteatleten is een advies en geen effectclaim. De afwijkende populatie staat in de zin zelf. In de tabel staat wel de algemenere bewering uit dezelfde review dat onderzoek tijdens een energietekort een inname boven de basisnorm steunt, met die populatie in de niveaukolom.

Bijgesteld: de spreiding van bijna nul tot veertig procent droeg in het bronbestand het label REDELIJK en is hier Wisselend geworden. Een bereik van die omvang is per definitie een inconsistente uitkomst tussen studies. Bij Morton 2018 is de toevoeging “andere populatie” uit het inline-label verhuisd naar de niveaukolom, waar hij navolgbaar blijft.

Over dit artikel

Samengesteld door Ronald de Jong, redacteur onderzoekssynthese bij Recalora. Deze content is een wetenschappelijke synthese, geen persoonlijk medisch advies. Raadpleeg je arts bij klachten.

Van de redacteur: van de drie eiwitgetallen op deze pagina noemt er maar één met welk gewicht het rekent. Eerder stond hier dat de drempel van 1,3 gram met je huidige gewicht rekent, maar de samenvatting van die meta-analyse zegt dat niet. Ik heb dat onderscheid een eigen sectie gegeven in plaats van een voetnoot, omdat die noemer bepaalt of een getal over jou gaat. Waar de bron hem niet vaststelt, staat dat er nu met zoveel woorden.

Voor het laatst geactualiseerd: 2026-09 (redactionele actualisatiecyclus, dit is geen medische reviewdatum). Dit artikel is niet klinisch gereviewd. Onze werkwijze en bronselectie staan op /methodologie/.

Dit artikel beschrijft wat er in gepubliceerd onderzoek is gemeten over eiwitinname en het behoud van spiermassa tijdens gewichtsverlies en hoe die bevindingen zich verhouden tot afslankmedicatie. Onderzoek naar eiwitinname specifiek tijdens dat gebruik is schaars; de drempel is afgeleid uit onderzoek bij mensen die op andere manieren afvielen. Dit artikel vervangt geen begeleiding door een diëtist of arts. Heb je een verminderde nierfunctie, in het bijzonder een geschatte GFR onder 30 ml/min/1,73 m², verhoog je eiwitinname dan niet zonder overleg met je arts. Afslankmedicatie is in Nederland uitsluitend op recept verkrijgbaar. Wijzig nooit zelfstandig je dosering. Bijwerkingen kun je melden bij Bijwerkingencentrum Lareb (lareb.nl). Recalora levert onderzoekssynthese, geen individueel medisch advies, en heeft geen commerciële relatie met fabrikanten of klinieken.

Veelgestelde vragen

Hoeveel eiwit heb je nodig tijdens afslankmedicatie?
Reken met 1,3 gram eiwit per kilo van je huidige gewicht per dag en zak niet onder 1,0 gram. Bij 80 kilo is dat ongeveer 104 gram eiwit per dag. Die drempel komt uit een meta-analyse van 47 gerandomiseerde onderzoeken bij volwassenen met overgewicht die afvielen: een inname boven 1,3 gram per kilo per dag hing samen met behoud van spiermassa en een inname onder 1,0 gram met een hoger risico op afname (Kokura et al., 2024). Onderzoek naar een eigen drempel tijdens deze medicatie is schaars (Dobbie et al., 2026). Heb je een verminderde nierfunctie, overleg dan eerst met je arts.
Reken je dat op je huidige gewicht of op je streefgewicht?
Op je huidige gewicht. Dat is een keuze van ons, want de samenvatting van de meta-analyse achter de drempel zegt niet met welk gewicht ze rekent (Kokura et al., 2024). De Europese consensusverklaring gebruikt uitdrukkelijk een andere noemer: 1,0 tot 1,5 gram per kilo aangepast lichaamsgewicht, dat wil zeggen het gewicht bij BMI 25 plus een derde van het verschil met je huidige gewicht, met minimaal 60 gram per dag (Dobbie et al., 2026). Kom je ergens een gram per kilo tegen zonder dat erbij staat welk gewicht bedoeld is, dan mist de helft van dat getal.
Behoud je met meer eiwit ook je spierkracht?
Niet aangetoond. In de meta-analyse achter de drempel gaf een hogere eiwitinname geen aantoonbaar effect op spierkracht en fysiek functioneren; het verschil was niet significant (Kokura et al., 2024). Eiwit hield de massa vast terwijl wat mensen ermee konden niet meetbaar veranderde. Voor kracht wijst het bewijs naar training.
Wat als je porties te klein zijn om aan je gram te komen?
Verbreed dan de weg naar het getal in plaats van het getal te verlagen. Vloeibare bronnen als vast eten tegenstaat, vaker een kleinere portie, zuivel als tussendoortje en eieren in wisselende bereidingen zijn de vier routes die mensen in de praktijk gebruiken. Leg per maaltijd het eiwitdeel als eerste op je bord, omdat de portie eerder op is dan het bord. Lukt het over meerdere weken structureel niet om in de buurt van 1,0 gram per kilo te komen, bespreek dat dan met je arts of een diëtist.
Werkt een eiwitshake?
Als vangnet wel: kom je met vast voedsel niet aan je drempel, dan is een shake een praktische oplossing. Als middel op zichzelf waarschijnlijk niet. In een overzicht van 33 systematische reviews met 441 onderliggende onderzoeken gaf eiwitsuppletie bij gezonde ouderen geen toename van spiermassa, kracht of functioneren. Bij ouderen met langdurige aandoeningen waren er wel kleine toenames, zekerder wanneer er tegelijk werd bewogen (Obasi et al., 2025).
Geldt er iets anders in de perimenopauze?
Er is geen aparte drempel voor de perimenopauze vastgesteld. Getallen die je op dit onderwerp tegenkomt zijn niet terug te voeren op onderzoek bij deze groep, dus wij noemen ze hier niet als richtwaarde. Wat wel geldt is dat de daling van spiermassa met de leeftijd en de druk van een energietekort hier samenkomen, waardoor de algemene drempel eerder meer dan minder relevant wordt.

Bronnen

  1. Kokura Y, Ueshima J, Saino Y et al. (2024). Enhanced protein intake on maintaining muscle mass, strength, and physical function in adults with overweight/obesity: A systematic review and meta-analysis. Clinical Nutrition ESPEN. 63:417-426. · PMID: 39002131 [Systematische review en meta-analyse, 47 RCT's, n=3.218; spiermassa-analyse 28 RCT's, n=1.989] bron
  2. Dobbie LJ, Tolvanen L, Alves D et al. (2026). Nutritional, functional, and psychological considerations for incretin-based therapies in adults - an EASO, EFAD, and ECPO Consensus Statement. The Lancet Diabetes & Endocrinology. PMID: 42419343 · Volledige tekst vrij toegankelijk via EFAD: [Consensusverklaring van EASO, EFAD en ECPO] bron
  3. Morton RW, Murphy KT, McKellar SR et al. (2018). A systematic review, meta-analysis and meta-regression of the effect of protein supplementation on resistance training-induced gains in muscle mass and strength in healthy adults. British Journal of Sports Medicine. 52(6):376-384. · PMID: 28698222 [Meta-analyse en meta-regressie, 49 RCT's, n=1.863, gezonde volwassenen, geen gewichtsverlies] bron
  4. Bauer J, Biolo G, Cederholm T et al. (2013). Evidence-based recommendations for optimal dietary protein intake in older people: a position paper from the PROT-AGE Study Group. Journal of the American Medical Directors Association. 14(8):542-559. · PMID: 23867520 [Consensusverklaring, European Union Geriatric Medicine Society] bron
  5. Hector AJ, Phillips SM (2018). Protein Recommendations for Weight Loss in Elite Athletes: A Focus on Body Composition and Performance. International Journal of Sport Nutrition and Exercise Metabolism. 28(2):170-177. · PMID: 29182451 [Review, populatie eliteatleten] bron
  6. Phillips SM, Chevalier S, Leidy HJ (2016). Protein "requirements" beyond the RDA: implications for optimizing health. Applied Physiology, Nutrition, and Metabolism. 41(5):565-572. · PMID: 26960445 [Review, achtergrond; geen getal voor gewichtsverlies] bron
  7. Eisa N, Barood O (2026). Lean Mass Changes With Incretin Therapy Versus Lifestyle Intervention: A Systematic Review and Meta-Analysis of Randomised Controlled Trials. Diabetes, Obesity and Metabolism. 28(6):4818-4827. · PMID: 41877354 [Systematische review en meta-analyse, 20 RCT's, n=15.782, DXA of MRI, GRADE] bron
  8. Look M, Dunn JP, Kushner RF et al. (2025). Body composition changes during weight reduction with tirzepatide in the SURMOUNT-1 study of adults with obesity or overweight. Diabetes, Obesity and Metabolism. 27(5):2720-2729. · PMID: 39996356 [DXA-substudie van een fase 3-RCT, n=160 van 2.539, 72 weken] bron
  9. Bikou A, Dermiki-Gkana F, Penteris M et al. (2024). A systematic review of the effect of semaglutide on lean mass: insights from clinical trials. Expert Opinion on Pharmacotherapy. 25(5):611-619. · PMID: 38629387 [Systematische review, 6 studies, n=1.541] bron
  10. Bolte J, Smelter AA, Norton L (2025). Are we giving too much weight to lean mass loss? Molecular Metabolism. 101:102253. · PMID: 40972944 [Review, beschouwing, geen effectmaat] bron
  11. Obasi AA, Gordon AL, Smith K et al. (2025). Effects of supplemental protein in older people: an overview of meta-analyses. Age and Ageing. 54(12):afaf351. · PMID: 41385355 [Overzicht van 33 systematische reviews met meta-analyse, 441 unieke studies] bron
  12. Cermak NM, Res PT, de Groot LC et al. (2012). Protein supplementation augments the adaptive response of skeletal muscle to resistance-type exercise training: a meta-analysis. American Journal of Clinical Nutrition. 96(6):1454-1464. · PMID: 23134885 [Meta-analyse, 22 RCT's, n=680] bron
  13. Arslan S (2026). Medical nutrition in the glucagon-like peptide-1 (GLP-1) era: Protein strategies, micronutrient monitoring, and lean mass preservation. Clinical Nutrition ESPEN. 73:103305. · PMID: 42036071 [Narratieve review, praktijkkader, geen effectbewijs] bron
  14. Gezondheidsraad (2021). Voedingsnormen voor eiwitten (publicatienummer 2021/10). [Richtlijn] bron
  15. Voedingscentrum. Eiwitten. [Publieksvoorlichting] bron
  16. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Nederlands Voedingsstoffenbestand (NEVO). [Voedingsdatabank] bron
  17. European Medicines Agency. Productinformatie GLP-1-geneesmiddelen. [Registratiedocumenten] bron
  18. Bijwerkingencentrum Lareb. [Meldpunt bijwerkingen NL] bron
Hoe dit artikel tot stand kwam
  • De bronnen zijn peer-reviewed studies, richtlijnen en de officiële productinformatie. Elke bron staat hierboven, met PMID of DOI waar die bestaat.
  • Elke bewering over een effect krijgt een bewijsniveau: sterk, redelijk, wisselend of beperkt. Nooit hoger dan de bron draagt.
  • Bronnen met een PMID of DOI zijn vóór publicatie nagekeken in de originele database. Een bron die daar niet bestaat, haalt de pagina niet.

Recalora wordt niet medisch gereviewd, en de samensteller is geen arts. Hoe wij werken

Samengesteld door Ronald de Jong · Redacteur onderzoekssynthese